Alle nieuw aan te leggen bermen zullen natuurlijk moeten voldoen aan de nieuwe richtlijnen. Maar wat nu te doen met de huidige situatie. Zoals eerder genoemd is er in de loop der jaren, door het ontbreken van duidelijk beleid, geen ideale situatie ontstaan. Burgers hebben, al dan niet illegaal, naar eigen inzicht bermen ingericht. Voor zover het gaat om het handelen in afwijking van de (richtlijnen) wettelijke bepalingen kan op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bestuursrechtelijk worden gehandhaafd. Het bestuurrecht kent overigens geen verjaringstermijn. In de gevallen waarin de berm wel door burgers in bezit is genomen, hierbij valt te denken aan de berm bij de eigen tuin aan trekken of illegale in/uitritten, geldt de notitie ’Handhaving Clandestien Grondgebruik’. Echter het is wel zo dat langdurig stilzitten van de gemeente, terwijl men van het strijdige of afwijkende gebruik op de hoogte was, op den duur het vertrouwen bij de betrokkene doet ontstaan dat de situatie gedoogd wordt. Zeker gezien het aantal jaren dat sommige situaties niet zijn aangepakt (gedoogd) kan de handhaving een lastige klus worden.
De prioriteit zal in eerste instantie liggen daar waar verkeersonveilige situaties zijn ontstaan, al dan niet doordat burgers zich een stuk berm hebben toegeëigend. Dit zal (in overleg met de betrokkenen) moeten worden gecorrigeerd. Volgens art. 14 lid 2 Wegenwet moet er verkeer op de berm geduld worden. De burgers kunnen niet op grond van dit artikel aangeschreven worden, als er zich een illegale situatie bevindt in de berm voor hun huis. Art. 14 van de Wegenwet geldt namelijk ten aanzien van de rechthebbende (eigenaar) en de onderhoudsplichtige. De meeste burgers zijn dat niet.
In paragraaf 3.5 komt de handhaving uitgebreider aan de orde.
Indien een berm, zonder dat hier een bestuurlijk besluit aan is voorafgegaan, door een burger in gebruik is genomen blijft de gemeente verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud en is dus nog steeds aansprakelijk voor dit weggedeelte (Artikel 7 en Artikel 15 Wegenwet). Artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt vervolgens dat het overheidsorgaan dat een zorgplicht heeft voor wegen aansprakelijk is voor schade wanneer de weg (de berm is onderdeel van de weg) niet voldoet aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden daaraan mag stellen en daardoor gevaar voor personen en zaken oplevert.