Het beleid dat de gemeente ten aanzien van vergunningverlening hanteert sluit voor het grootste deel aan op de huidige werkwijze. De uitgangspunten die op basis van deze geluidnota worden gehanteerd volgen hierna.
Grenswaarden en voorschriften
Voor de bedrijven die vergunningplichtig zijn worden geluidgrenswaarden en -voorschriften opgenomen in de Wm-vergunning. Voor het bepalen van de grenswaarden wordt de methodiek uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (21 oktober 1998) toegepast. De handreiking heeft geen formele juridische status, maar is opgesteld als hulpmiddel voor overheden bij het voorkomen en beperken van hinder door industrielawaai in het kader van de vergunningverlening en het opstellen van maatwerkvoorschriften. De handreiking bevat richtwaarden voor geluid voor verschillende woonomgevingen: een landelijke omgeving, een rustige woonwijk met weinig verkeer en een woonwijk in de stad en biedt de mogelijkheid om de opgenomen richtwaarden gebiedsgericht verder toe te spitsen op de heersende referentieniveaus in meerdere typen gebieden.
De geluidvoorschriften voor bedrijven die onder de werking van het Barim vallen, zijn standaard. Ook hier is het echter mogelijk voor specifieke situaties maatwerkvoorschriften (voorheen: Nadere eisen) op te leggen.
Aan de tabel uit de Handreiking Industrielawaai, zijn vanwege een betere aansluiting op de situatie in de gemeente Eemnes, twee gebiedstypen toegevoegd: ‘eerstelijns bebouwing’ en ‘woning op niet gezoneerde bedrijventerreinen’. Het gebiedstype ‘woonwijk in de stad’ is vervallen, omdat dit onvoldoende aansluit bij het karakter van de woonwijken in Eemnes.
Tabel 1: Gebiedsgerichte richtwaarden voor woonomgevingen
Zie bijlage 1.
Vanuit het oogpunt van bescherming van de gebiedskwaliteit, wordt als grenswaarde in de vergunning de geluidruimte opgenomen die het bedrijf nodig heeft, indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat dit lager ligt dan de richtwaarde. Hierbij wordt uitgegaan van het gebruik van de Best Beschikbare Technieken (BBT). De grenswaarde kan hierdoor dus een aantal dB(A) lager liggen dan de richtwaarden in bovenstaande tabel.
Indien er geen woningen (of andere geluidgevoelige objecten) binnen 100 m van het bedrijf aanwezig zijn, wordt standaard een referentiepunt op 50 m opgenomen waarvoor op basis van de Best Beschikbare Technieken (BBT) het toegestane geluidniveau (grenswaarde) wordt bepaald.
Pieklawaai
Voor pieklawaai zoals laden en lossen sluit de gemeente bij het vaststellen van te vergunnen grenswaarden (LAmax) aan op het landelijk beleid. Het maximum niveau voor pieklawaai bedraagt 70/65/60 dB (LAmax) voor de dag/avond/nacht. Het maximum wordt alleen verleend mits met onderzoek is aangetoond dat deze ruimte nodig is. Indien minder geluidruimte nodig is, wordt minder vergund. In voorkomende gevallen zoekt de gemeente naar stillere alternatieven zoals deze in het Programma Piek zijn opgenomen. De benodigde maatregelen worden vervolgens opgenomen in maatwerkvoorschriften.
Met name supermarkten of tankstations geven overlast vanwege het laden en lossen. Wettelijk gezien is dit niet toegestaan vóór 7:00 uur ’s ochtends. Als laden en lossen voor dit tijdstip gebeurt, wordt hierop gehandhaafd.
Zonebeheer
Het geluidzonemodel voor het geluidgezoneerde bedrijventerrein Eembrugge wordt door de provincie beheerd. Voor het beheer is een beheerteam ingesteld, waarin de gemeente, de provincie en het Gewest vertegenwoordigd zijn. De gemeente streeft er de komende jaren naar om – waar juridisch mogelijk en haalbaar - de zonegrens aan de westkant terug te brengen naar de oude ligging van de zonegrens in verband met het stiltegebied. Momenteel is de feitelijk vergunde geluidruimte (en daarmee de contour) veel kleiner dan de zone die is vastgesteld. Doordat er woningen gelegen aan de Eemweg een MTG-waarde hebben (een maximale geluidbelasting) is het feitelijk niet meer mogelijk om de nog resterende geluidruimte naar de westkant verder in gebruik te nemen. Reden temeer om in overleg met de gemeente Baarn en de provincie te bezien of de zone kan worden aangepast op de feitelijke situatie.
Ten aanzien van de ontwikkelingen op het terrein wordt via regulier overleg in het zonebeheerteam (gemeente, provincie en gewest) vinger aan de pols gehouden. Bij de uitgifte van kavels wordt eerst met behulp van het zonemodel bekeken waar geluidproducerende bedrijven het best gevestigd kunnen worden en wordt door het beheerteam advies gegeven over wat dit betekent voor de zone. Met het model kan bovendien worden bekeken welke (nog vrije) kavels dienen te worden gereserveerd voor de grootste geluidbronnen. Op basis van die informatie neemt de gemeente een besluit over de uitgifte van de kavel.
Ruimtelijk beleid
Uitgangspunt van het ruimtelijk beleid van de gemeente is dat woningen en andere
gevoelige bestemmingen zo veel mogelijk worden beschermd tegen geluid. Het
bestemmingsplan vormt het belangrijkste instrument om dit in te regelen. De volgende uitgangspunten ten aanzien van geluidhinder worden betrokken bij het opstellen en
actualiseren van bestemmingsplannen:
- Er wordt ruimtelijk een duidelijke functiescheiding aangebracht tussen bedrijfsactiviteiten en gevoelige functies (zoals wonen);
- Bij de ontwikkeling of herstructurering van een nieuw bedrijventerrein streeft de gemeente er naar een inwaartse (milieu)zonering aan te brengen.
Bij de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein, maar ook bij nieuw vestiging van bedrijven op bestaande bedrijventerreinen, heeft de gemeente nadrukkelijk aandacht voor de verkeersaantrekkende werking van bedrijven en de hinder van transport op de gevels van woningen langs de ontsluitingsroutes.