Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Paragraaf

Artikel 9.

Artikel 9.

Onderdeel van Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten Goes 2001

1.. Burgemeester en wethouders kunnen uitsluitend éénmaal per vijf kalenderjaren subsidie verlenen voor hetzelfde monument en voor dezelfde restauratiewerkzaamheden: herstel van het casco. Onder casco wordt verstaan de hoofdstructuur van het monument bestaande uit de dragende onderdelen en het omhulsel, te weten dak-, kap-, en gebintconstructie, vloeren, balklagen, dragende muren, fundering, kelder en gewelven; alle onderhoudswerkzaamheden als nader omschreven in lid 2 die tegelijk met één of meer van de hier genoemde restauratiewerkzaamheden worden uitgevoerd; herstel van afzonderlijke monumentale onderdelen (in- en exterieur) al dan niet in combinatie met herstel van het casco. Hiermee wordt bedoeld schouwen, vloeren, plafonds, schilderingen, pleisterwerk, schilder- en behangwerk, raam- en deurpartijen met omlijstingen en gevelonderdelen; reconstructies van verdwenen of gewijzigde onderdelen indien en voorzover deze verdwijning en wijziging afbreuk doet aan de monumentale waarde van het object; herstel van specifieke technische installaties ten behoeve van bedrijf en techniek, bijvoorbeeld dieselmotoren e.d.; het aanbrengen van technische installaties ten behoeve van bescherming van zeer waardevolle interieurelementen, bijvoorbeeld verwarmingsinstallaties; het opstellen van een restauratieplan; het verrichten van bouwhistorisch onderzoek of een haalbaarheidsonderzoek. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen uitsluitend éénmaal per vijf kalenderjaren subsidie verlenen voor hetzelfde monument voor de volgende onderhoudswerkzaamheden: buiten en daarmee samenhangend binnenschilderwerk, voorzover het betreft de buitenramen, buitenkozijnen en buitendeuren; herstel en vernieuwen van rieten daken (met daklatten en herstel van sporen); herstel van dakvlakken gedekt met pannen (met tengels en panlatten), leien, lood, zink of koper en, uitsluitend in samenhang hiermee, het herstel van gedeelten van het dakbeschot en sporen; herstel van goten, in zink, koper of lood, inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren, en het aanbrengen van voor de waterafvoer noodzakelijke goten waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief aan luitingen op riolering en open water; herstel van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken en herstel of terugplaatsen van stoepen, roedenverdeling, lijstwerk en luiken; herstel van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen; herstel van dak of torenluiken en loopbruggen, inclusief het afgazen van torenluiken en het nemen van beperkte maatregelen tegen duivenoverlast; inboeten, herstel van gedeelten van muurwerk en opvoegen of pleisteren van gevels; op kleine schaal vervangen of inboeten van natuursteen; behandelen van muur of houtwerk ter regulering van de vochthuishouding, dan wel ter bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters; herstel van gedeelten van dragende constructies (ankerbalkgebinten, schoren en platen, balkkoppen, en spantbenen); herstel van glasinloodbeglazing en het aanbrengen van beschermende beglazing voor gebrandschilderd glas of historisch waardevol glas; vervangen en herstel van overige bouwelementen van grote zeldzaamheid of met grote historische waarde; het plaatsen van achterzetbeglazing in samenhang met herstel van historisch waardevolle ramen; het gangbaar houden van historische krachtwerktuigen en machines; het nietjaarlijks onderhoud aan bomen, die op de monunentenlijst staan; het opstellen van een onderhoudsplan. 3.. Als subsidiabele kosten worden aangemerkt de kosten verbonden aan de uitvoering van de subsidiabel geachte restauratie- en/of onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel voor zover betreft: de directiekosten bestaande uit honorarium, uitvoeringstekeningen, toezicht en kosten verschotten; de directe kosten dat wil zeggen de loon- en materiaalkosten; de indirectekosten dat wil zeggen de algemene bouwplaatskosten, de algemene bedrijfskosten en de winst; de btw; de over de directe kosten te berekenen onvoorziene kosten; de constructeurskosten; de kosten van de bouwverzekering. 4.. Ten behoeve van de berekening van de subsidiabele kosten stellen burgemeester en wethouders criteria, maxima en normbedragen vast. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen eveneens subsidie verlenen voor het lidmaatschap van de Monumentenwacht. 6.. Indien de aanvrager de voorzieningen in zelfwerkzaamheid verricht, kunnen alleen de materiaalkosten als subsidiabel worden opgevoerd. 7.. De minimale kosten van het herstel of onderhoud van een monument dienen in elk geval een bedrag van € 6.807,00 (ƒ 15.000,00) te boven te gaan vooraleer aanspraak op subsidie of een lening kan worden gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel