**1..** Burgemeester en wethouders kunnen uitsluitend éénmaal per vijf
kalenderjaren subsidie verlenen voor hetzelfde monument en voor
dezelfde restauratiewerkzaamheden:
herstel van het casco. Onder casco wordt verstaan de
hoofdstructuur van het monument bestaande uit de dragende
onderdelen en het omhulsel, te weten dak-, kap-, en
gebintconstructie, vloeren, balklagen, dragende muren,
fundering, kelder en gewelven;
alle onderhoudswerkzaamheden als nader omschreven in lid 2
die tegelijk met één of meer van de hier genoemde
restauratiewerkzaamheden worden uitgevoerd;
herstel van afzonderlijke monumentale onderdelen (in- en
exterieur) al dan niet in combinatie met herstel van het
casco. Hiermee wordt bedoeld schouwen, vloeren, plafonds,
schilderingen, pleisterwerk, schilder- en behangwerk, raam-
en deurpartijen met omlijstingen en gevelonderdelen;
reconstructies van verdwenen of gewijzigde onderdelen indien
en voorzover deze verdwijning en wijziging afbreuk doet aan
de monumentale waarde van het object;
herstel van specifieke technische installaties ten behoeve
van bedrijf en techniek, bijvoorbeeld dieselmotoren
e.d.;
het aanbrengen van technische installaties ten behoeve van
bescherming van zeer waardevolle interieurelementen,
bijvoorbeeld verwarmingsinstallaties;
het opstellen van een restauratieplan;
het verrichten van bouwhistorisch onderzoek of een
haalbaarheidsonderzoek.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen uitsluitend éénmaal per vijf
kalenderjaren subsidie verlenen voor hetzelfde monument voor de
volgende onderhoudswerkzaamheden:
buiten en daarmee samenhangend binnenschilderwerk, voorzover
het betreft de buitenramen, buitenkozijnen en
buitendeuren;
herstel en vernieuwen van rieten daken (met daklatten en
herstel van sporen);
herstel van dakvlakken gedekt met pannen (met tengels en
panlatten), leien, lood, zink of koper en, uitsluitend in
samenhang hiermee, het herstel van gedeelten van het
dakbeschot en sporen;
herstel van goten, in zink, koper of lood, inclusief
bijbehorende hemelwaterafvoeren, en het aanbrengen van voor
de waterafvoer noodzakelijke goten waar deze niet eerder
aanwezig waren, inclusief aan luitingen op riolering en open
water;
herstel van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen,
luiken en herstel of terugplaatsen van stoepen,
roedenverdeling, lijstwerk en luiken;
herstel van windveren, schoorstenen, kapellen en
loodaansluitingen;
herstel van dak of torenluiken en loopbruggen, inclusief het
afgazen van torenluiken en het nemen van beperkte
maatregelen tegen duivenoverlast;
inboeten, herstel van gedeelten van muurwerk en opvoegen of
pleisteren van gevels;
op kleine schaal vervangen of inboeten van natuursteen;
behandelen van muur of houtwerk ter regulering van de
vochthuishouding, dan wel ter bestrijding van zwamaantasting
of houtaantasters;
herstel van gedeelten van dragende constructies
(ankerbalkgebinten, schoren en platen, balkkoppen, en
spantbenen);
herstel van glasinloodbeglazing en het aanbrengen van
beschermende beglazing voor gebrandschilderd glas of
historisch waardevol glas;
vervangen en herstel van overige bouwelementen van grote
zeldzaamheid of met grote historische waarde;
het plaatsen van achterzetbeglazing in samenhang met herstel
van historisch waardevolle ramen;
het gangbaar houden van historische krachtwerktuigen en
machines;
het nietjaarlijks onderhoud aan bomen, die op de
monunentenlijst staan;
het opstellen van een onderhoudsplan.
**3..** Als subsidiabele kosten worden aangemerkt de kosten verbonden aan de
uitvoering van de subsidiabel geachte restauratie- en/of
onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in het eerste en tweede lid van
dit artikel voor zover betreft:
de directiekosten bestaande uit honorarium,
uitvoeringstekeningen, toezicht en kosten verschotten;
de directe kosten dat wil zeggen de loon- en
materiaalkosten;
de indirectekosten dat wil zeggen de algemene
bouwplaatskosten, de algemene bedrijfskosten en de
winst;
de btw;
de over de directe kosten te berekenen onvoorziene
kosten;
de constructeurskosten;
de kosten van de bouwverzekering.
**4..** Ten behoeve van de berekening van de subsidiabele kosten stellen
burgemeester en wethouders criteria, maxima en normbedragen
vast.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen eveneens subsidie verlenen voor
het lidmaatschap van de Monumentenwacht.
**6..** Indien de aanvrager de voorzieningen in zelfwerkzaamheid verricht,
kunnen alleen de materiaalkosten als subsidiabel worden
opgevoerd.
**7..** De minimale kosten van het herstel of onderhoud van een monument
dienen in elk geval een bedrag van € 6.807,00 (ƒ 15.000,00) te boven
te gaan vooraleer aanspraak op subsidie of een lening kan worden
gemaakt.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf
Artikel 9.
Artikel 9.
Onderdeel van Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten Goes 2001