Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.

Artikel 4:13

Bijzondere vergunningsvoorschriften

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2.. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3.. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan tevens behoren het voorschrift dat de vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag na afloop van de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift en dat indien gedurende dezetermijn een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, de vergunning niet van kracht wordt voordat op dat verzoek is beslist, als bedoeld in artikel 6.1 lid 2 en 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel