**1..** Tot
de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
door het bevoegd
gezag
te geven aanwijzingen moet worden
herplant.
**2..** Wordt
een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan
daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
worden vervangen.
**3..** Tot
de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan tevens
behoren het voorschrift dat de vergunning pas van kracht wordt
met ingang van de dag na
afloop
van de termijn voor het indienen van een bezwaar- of
beroepschrift
en dat indien gedurende
dezetermijn
een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, de vergunning
niet van kracht wordt voordat op dat verzoek is
beslist, als bedoeld in artikel 6.1 lid
2 en 3 van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.
Artikel 4:13
Bijzondere vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening