**1..** Indien
zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van
de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de
rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te
stellen termijn:
indien
de iepen in de grond staan, deze te
vellen;
de
iepen te ontschorsen en de schors te
vernietigen;
of
de niet ontschorste iepen of delen daarvan te
vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding
van de iepziekte wordt
voorkomen.
**2..** Het
is verboden gevelde iepen of delen daarvan voor handen
of in voorraad te hebben of te
vervoeren;
Het
verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst
iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan
4 cm;
Het
college kan ontheffing verlenen van het onder a van dit
lid gestelde verbod.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.
Artikel 4:16
Bestrijding iepziekte
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening