Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Werkwijze

Onderdeel van Verordening op de gemeentelijke rekenkamercommissie

1.. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. In de onderzoeksopzet wordt aangegeven wat precies onderwerp van onderzoek is, wat de onderzoeksvragen zijn en hoe het onderzoek wordt aangepakt. Nadat de commissie de onderzoeksopzet heeft vastgesteld worden de betrokken personen of instanties ingelicht over de hoofdlijnen van het onderzoek. Ook worden zij ingelicht over de gesprekken die voor het onderzoek gevoerd gaan worden en over het verdere verloop van de procedure. 2.. De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 3.. De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken. 4.. De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek. 5.. De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. 6.. De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 7.. De commissie kan niet beraadslagen of besluiten als minder dan de helft van het aantal leden aanwezig is. 8.. De commissie besluit bij meerderheid van stemmen. 9.. Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 10.. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen. 11.. Het onderzoek resulteert in een openbare schriftelijke rapportage, waarin bevindingen, conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen. Indien in de commissie minderheidsstandpunten worden ingenomen wordt dit in de rapportage kenbaar gemaakt. De voorzitter en de ambtelijk secretaris ondertekenen de rapportage. 12.. De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 13.. De commissie neemt de hoofdlijnen van de ingebrachte zienswijzen op in het rapport en voorziet deze desgewenst van een reactie. 14.. Na vaststelling door de commissie wordt het onderzoeksrapport met de conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden. 15.. De voorzitter van de raad agendeert het rapport voor de eerstvolgende raadsvergadering op vergelijkbare wijze als een initiatiefvoorstel. Op voorstel van het college beslist de raad in die vergadering of het rapport voor kennisgeving wordt aangenomen, direct in behandeling wordt genomen of om advies in handen van het college wordt gesteld. Indien de raad beslist tot het direct in behandeling nemen van het voorstel, vindt behandeling van het voorstel plaats, nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

Rechtspraak bij dit artikel