1.Het bedrag van de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand zoals vermeld in artikel 1 onderdeel a, Bpb, wordt vastgesteld door de in de bijlage van het Bpb genoemde punten per proceshandelingen (A) als uitgangspunt te nemen waarbij een correctie wordt toegepast als genoemd in artikel 3 voor zover belanghebbende de kosten voor deze handelingen redelijkerwijs niet, of niet volledig heeft hoeven maken.
Deze punten worden vermenigvuldigd met de vergoeding (B) per punt, vermeld in artikel 6 van deze beleidsregels.
Het aldus berekende bedrag wordt vermenigvuldigd met een wegingsfactor (C), als berekend ingevolge artikel 6 van deze beleidsregels. Indien er sprake is van samenhangende zaken wordt ingevolge artikel 7 van deze beleidsregels de aldaar genoemde wegingsfactor gehanteerd.
De vergoeding voor beroepsmatige verleende bijstand wordt als volgt bepaald: A x B x C.
Het te vergoeden bedrag voor een ten behoeve van de bezwaarfase opgemaakt taxatierapport bedraagt voor:
Woningen (niet inpandig opgenomen) € 80,-
Woningen (inpandig opgenomen) € 160,-
Courante niet-woningen (niet inpandig opgenomen) € 160,-
Courante niet-woningen (inpandig opgenomen) € 240,-
Incourante niet-woningen, op basis van uren met een bedrag per uur van € 70,-
Artikel 3
Kosten van door een derde beroepsmatig verleende bijstand
Onderdeel van Beleidsregels proceskostenvergoeding en wegingsfactoren bij bezwaarprocedures 2011