Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregel bijdrage sociaal-culturele en educatieve activiteiten minima

1. Rechthebbende:a. de alleenstaande van 18 jaar of ouder zonder of met geringe draagkracht uit inkomen en zonder in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 5 en 7;b. de alleenstaande ouder van 18 jaar en ouder zonder of met geringe draagkracht uit inkomen en zonder in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 5 en 7; c. gehuwden, dan wel daarmee volgens de Wet werk en bijstand gelijkgestelden, zonder of met geringe draagkracht uit inkomen en zonder in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 5 en 7. 2. Kosten sociaal-culturele activiteiten:Dit betreft activiteiten die een positieve bijdrage leveren aan de sociale, culturele en/of sportieve ontwikkeling van belanghebbende en een bijdrage kunnen leveren aan de voorkoming of opheffing van een sociaal-maatschappelijk isolement, zoals: a. lidmaatschap/contributie verenigingen, clubs, organisaties en instellingen en direct daarmee samenhangende kosten;b. zwem- en muzieklessen voor het behalen van diploma A en B;c. kosten vrij zwemmen;d. abonnement krant en TV gidse. lidmaatschap kerkradio;f. vormingscursussen en –activiteiten;g. alle soorten van sportbeoefening;h. abonnement op telefoonaansluitingen;i. EHBO lessen, enz. 3. Kosten educatieve activiteiten:Bedoeld worden onvermijdelijke kosten die ouders hebben als hun kinderen naar school gaan en waarvoor zij als gevolg van hun inkomen onvoldoende middelen hebben om deze te bekostigen, zoals:a. kosten van schoolreizen en kampwekenb. overblijfkosten;c. gym- en regenkleding;d. fiets;e. boekentas en bureau;f. internetaansluiting;g. ouderbijdragen. 4. Bijdrage:Geldelijke bijdrage in de kosten van deelname aan onder 2 en 3 genoemde activiteiten. 5. Netto inkomen:Een inkomen als bedoeld in artikel 32 van de Wet werk en bijstand. Zie artikel 4 lid 2. 6. Van toepassing zijnde bijstandsnorm:De in de artikelen 20, 21 en 22 van de Wet werk en bijstand en in de “Verordening Toeslagen” genormeerde bedragen. 7. Minderjarig kind:Het tot het gezin behorend kind ouder dan 4 en jonger dan 18 jaar, waarvoor de ouder(s) en/of verzorger(s) in overwegende mate in de kosten van levensonderhoud voorzien. Voor het kind jonger dan 4 jaar dienen de kosten aantoonbaar te zijn. 8. Peildatum: 1 augustus.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel