Naar hoofdinhoud

Artikel 3:

Voorwaarden

Onderdeel van Verordening Meedoen-regeling

Bijdragen worden toegekend wanneer is voldaan aan de volgende voorwaarden: De aanvrager is een meerderjarige alleenstaande of (pleeg-)ouder van een minderjarige deelnemer; Nederlander of daaraan gelijkgesteld en woonachtig in de gemeente Zutphen. Uitgesloten is de aanvrager die een inkomen op basis van de Wet studiefinanciering ontvangt in verband met het volgen van een MBO-, HBO- of WO-opleiding. Het kind waarvoor een bijdrage wordt aangevraagd is woonachtig op hetzelfde adres als de aanvrager. Het netto (gezins)-inkomen van de aanvrager bedraagt niet meer dan 110% van de toepassing zijnde bijstandsnorm (inclusief vakantietoeslag), waarbij in aanmerking wordt genomen het gemiddelde inkomen in de zes maanden vóórafgaande aan de aanvraag. Voor jongeren tot 27 jaar bedraagt het netto (gezins-)inkomen niet meer dan 110% van de van toepassing zijnde norm inkomensvoorziening Wet investeren in jongeren (inclusief vakantiegeld). Bij het vaststellen van het inkomen worden niet meegeteld de middelen zoals genoemd in artikel 31, lid 2 van de Wet werk en bijstand. Voor jongeren tot 27 jaar geldt daarbij de restrictie zoals genoemd in artikel 7 van de Wet investeren in jongeren. Het vermogen van de aanvrager overstijgt niet het vrij te laten vermogen, zoals vastgelegd in artikel 34, lid 1, 2 en 3 van de Wet werk en bijstand. De aanvrager levert de aanvraag in met betalingsbewijzen en, zo nodig en desgevraagd, met bewijsstukken van inkomen, vermogen en eventuele verplichtingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel