**1..** Van terugvordering als bedoeld in artikel 3 wordt geheel of gedeeltelijk afgezien indien terugvordering in strijd zou komen met enig beginsel van behoorlijk bestuur. Hiervan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen:
door belanghebbende zijn aan het college gegevens verstrekt waaruit het college had moeten afleiden dat dit tot wijziging of beëindiging van de bijstand, inkomensvoorziening of uitkering had moeten leiden, maar het college heeft dit nagelaten;
het ontstaan van de vordering kan belanghebbende niet worden verweten én redelijkerwijs kan niet van belanghebbende verlangd worden dat de gehele vordering nog vóór het einde van het boekjaar waarop de vordering betrekking heeft, voldaan is.
Het geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering gebeurt op de in de leden 2 en 3 bedoelde wijze.
**2..** In de in het eerste lid onder a bedoelde situaties wordt de terugvorderingsperiode beperkt tot maximaal 6 maanden na het moment dat de belanghebbende de daar bedoelde gegevens verstrekte.
**3..** In de in het eerste lid onder b bedoelde situaties wordt afgezien van brutering van dat gedeelte van de vordering waarvan redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat belanghebbende het voor het einde van het boekjaar voldaan heeft.
Hoofdstuk 2.
Artikel 5.
Afzien van terugvordering bij strijd met beginsel van behoorlijk bestuur
Onderdeel van Beleidsregels herziening, intrekking en terugvordering Wwb, Wij, Ioaw, Ioaz en Wwik