Het ingevolge de artikelen 9 en 10 verleende (onder)mandaat is niet van toepassing:
a.
op zaken die politiek of bestuurlijk gevoelig liggen;
b.
op zaken die een beslissing vergen die zou afwijken van het tot dan toe door het gemeentebestuur gevoerde beleid;
c.
op zaken die een beslissing vergen die zou afwijken van een advies waarvan het inwinnen ingevolge wettelijk voorschrift dan wel ingevolge een gemeentelijke richtlijn verplicht is;
d.
op zaken die een beslissing vergen die leidt tot overschrijding van het voor deze beslissing(en) aan de gemandateerde beschikbaar staande budget;
e.
de beslissing om de raad een voorstel te doen;
f.
op zaken die de vaststelling van algemeen verbindende voorschriften vergen, alsmede op de vaststelling van beleidsregels, tenzij het regels betreffen ten aanzien van de ambtelijke organisatie met uitzondering van de organisatie van de griffie;
g.
op zaken die het nemen van een besluit vergen waarvoor is bepaald dat dit genomen moet worden met versterkte meerderheid of waarvan de aard van de bevoegdheid zich verzet tegen het nemen van een besluit krachtens mandaat;
h.
op besluiten die wettelijk onderworpen zijn aan goedkeuring.
Hoofdstuk
Artikel 11
Voorwaarden waaronder het mandaat wordt verleend
Onderdeel van Organisatiebesluit Zaanstad 2011