1.
De directeuren wijzen ieder voor hun dienst ambtenaren aan, die omtrent onderdelen van het beleid waarvoor de directeuren verantwoordelijkheid dragen, rechtstreeks overleg kunnen voeren met het voor dat beleid primair verantwoordelijke portefeuillehouder. Deze ambtenaren ontvangen daartoe mandaat van de directeur. Omtrent de inhoud van het overleg leggen zij verantwoording af tegenover de directeur.
2.
Bij verschil van inzicht bevat het besluitvormingsdictum het standpunt van de directeur en wordt in de toelichting het standpunt van de portefeuillehouder opgenomen.
Hoofdstuk
Artikel 22
Overleg met de portefeuillehouder
Onderdeel van Organisatiebesluit Zaanstad 2011