1.
De directeuren zijn ervoor verantwoordelijk, dat bij het college ingediende voorstellen zijn getoetst op:
a.
inhoud en integraliteit;
b.
juridische en financiële rechtmatigheid;
c.
tijdigheid;
d.
juistheid en volledigheid van de gegeven informatie, onder andere met het oog op de handhaving van de begrotingsdiscipline;
e.
doelmatigheid;
f.
juistheid van de te volgen procedure;
g.
toedeling van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de besluiten waartoe het voorstel leidt.
2.
Deze toetsing vindt in elk geval plaats aan de hand van de bij of krachtens dit besluit vastgestelde regels.
3.
De concerncontroller ziet erop toe, dat deze toetsing van voorstellen plaats vindt. Waar nodig voorziet de concerncontroller in een aanvullende toetsing.