1.
De secretaris wijst op voorstel van de directeur een ambtenaar aan als dienstcontroller bij de betreffende dienst.
2.
De dienstcontroller richt zich op het bevorderen van de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het functioneren van de dienst. In het kader van deze taken heeft de dienstcontroller de bevoegdheid de secretaris alsmede de concerncontroller gevraagd en ongevraagd rechtstreeks te adviseren.
3.
De dienstcontroller is belast met en ten opzichte van de directeur, voor de dienst als geheel, verantwoordelijk voor:
a.
het vanuit de dienst leveren van bijdragen aan de financiële meerjarenplanning en aan de voorbereiding van middelenbeleidskaders, onder meer door het samenstellen van managementrapportages en jaarverslagen;
b.
het samenstellen van de begroting, managementrapportage en jaarrekening van de dienst als bijdragen aan de op te stellen begroting, management-rapportage en jaarrekening;
c.
het toetsen van de beleidsuitvoering aan de doelstellingen van de dienst;
d.
het bijdragen aan de ontwikkeling en de invoering van systemen en instrumenten voor de beheersing en sturing;
e.
het doen van verbeteringsvoorstellen in verband met de administratieve organisatie;
f.
het scheppen van randvoorwaarden ter bevordering van de rechtmatige aanwending van middelen en integer handelen van de organisatie;
g.
het adviseren over de onder a tot en met f genoemde onderwerpen aan de directeur.