De commissie baseert haar bevindingen, zoals bedoeld in artikel
1, op de informatie over de sollicitanten, die haar door de
Commissaris van de Koningin is verstrekt, alsmede op de
informatie, die de commissie ontleent aan de gesprekken, die zij
voert met de kandidaten.
De commissie voert de in lid a van dit artikel bedoelde
gesprekken met de door de Commissaris van de Koningin
geselecteerde kandidaten.
Indien de commissie besluit een door de Commissaris van de
Koningin geselecteerde kandidaat niet te ontvangen, worden de
Commissaris van de Koningin en de kandidaat door de commissie
schriftelijk van haar beslissing op de hoogte gesteld.
De commissie is bevoegd ook niet door de Commissaris van de
Koningin geselecteerde kandidaten, die gesolliciteerd hebben,
bij haar beoordeling te betrekken.
Indien een niet-geselecteerde kandidaat zich rechtstreeks wendt
tot de commissie met het verzoek door haar te worden
uitgenodigd, beslist de commissie zo spoedig mogelijk op het
verzoek en stelt zij de verzoeker schriftelijk op de hoogte van
haar beslissing.
Indien de commissie besluit de onder d. of e. bedoelde
sollicitant bij haar beoordeling te betrekken, meldt zij
dit direct aan de Commissaris van de Koningin.
Hoofdstuk
Artikel 3