**1.** De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 3 vastgestelde maximum.
**2.** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.
**3.** Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie a. als raadslid; b. uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; c. als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.
**4.** De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen ten aanzien van a. een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en b. een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
**5.** Met inachtneming van het bepaalde in het vierde lid van dit artikel ontvangen de leden van de commissie voor de bezwaarschriften en de leden van de commissie van advies Bbz en Ioaz voor het bijwonen van een vergadering van die commissie een vergoeding ter hoogte van 285% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding en een vergoeding voor reis- en verblijfskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 3. De vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd op de wijze zoals bepaald in artikel 14 juncto artikel 2, tweede lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
**6.** Met inachtneming van het bepaalde in het vierde lid van dit artikel ontvangt de voorzitter van de commissie voor de bezwaarschriften voor het bijwonen van een vergadering van die commissie een vergoeding ter hoogte van 325% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding en een vergoeding voor reis- en verblijfskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 3. De vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd op de wijze zoals bepaald in artikel 14 juncto artikel 2, tweede lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Artikel 2
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie commissieleden