Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering van
leegstand in een lesgebouw of gymnastiekruimte, voert het college
daarover overleg met het bevoegd gezag waarvan de leegstand
gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is
bestemd. Dit overleg maakt deel uit van het overleg als bedoeld in
artikel 10.
Binnen vier weken na de vaststelling van het programma als bedoeld
in artikel 11, doet het college schriftelijk mededeling van de
vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van deze
mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in het overleg
te kennen geeft geen bezwaar tegen de vordering te hebben.
Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering in
het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 19, voert het
college daarover zo spoedig mogelijk overleg met het bevoegd gezag
waarvan gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de
huisvesting is bestemd.
Binnen een week na het overleg als bedoeld in het vorige lid, doet
het college schriftelijk mededeling van de vordering aan het bevoegd
gezag waarvan gevorderd wordt. Van deze mededeling kan worden
afgezien als dat bevoegd gezag in het overleg te kennen geeft geen
bezwaar tegen de vordering te hebben.
De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld in het
tweede en vierde lid, bevat in ieder geval:
de naam van de school en het bevoegd gezag ten behoeve
waarvan wordt gevorderd;
een aanduiding van het aantal leerlingen ten behoeve waarvan
gevorderd wordt of, indien het betreft het onderwijs in
lichamelijke oefening, het aantal klokuren dat gevorderd
wordt;
een aanduiding van het gebouw waarop de vordering betrekking
heeft;
een aanduiding van het aantal en het type ruimten dat
gevorderd wordt;
de periode waarvoor gevorderd wordt en de ingangsdatum van
het medegebruik.
HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 32
Overleg en mededeling
Onderdeel van Verordening onderwijshuisvesting gemeente Roermond 2009