**1..** Het college verstrekt aan degene die algemene bijstand ontvangt en
onbeloonde additionele werkzaamheden verricht conform artikel 10a,
zesde lid, van de wet een premie van telkens € 365,00 per zes
maanden.
**2..** De hoogte van de premie is afhankelijk van het gemiddeld aantal
gewerkte uren per week in de voorafgaande zes maanden en
bedraagt
bij een gemiddelde uren inzet tot 16 uur per week 50% van
het in het eerste lid genoemde bedrag;
bij een gemiddelde uren inzet vanaf 16 uur per week 100% van
het in het eerste lid genoemde bedrag.
**3..** Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes
maanden beoordeeld.
**4..** De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de
belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden
verbonden verplichtingen in de voorgaande zes maanden heeft
geschonden.
**5..** Onverminderd het eerste lid komen ook personen als bedoeld in
artikel 7, derde lid, van de wet voor een premie in aanmerking
indien zij verder aan alle voorwaarden voldoen.
Hoofdstuk 4
Artikel 9
Premie participatieplaats
Onderdeel van Re- integratieverordening Wet werk en bijstand