Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.20

Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Kampen

1.. Het is verboden vee in de zin van de Wet milieubeheer aanwezig te hebben of te houden binnen de bebouwde kom. 2.. Burgemeester en wethouders zijn, onverminderd het bepaalde in lid 1, bevoegd gedeelten van de gemeente of bepaalde plaatsen aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of van schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren: aanwezig te hebben; dan wel aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen ter voorkoming of opheffing van overlast of van schade aan de openbare gezondheid gestelde regels; dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven of mede is aangegeven; dan wel te voeren. 3.. Het is verboden op een krachtens het tweede lid aangewezen plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door burgemeester en wethouders gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan door hen is aangegeven. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende op een onroerende zaak, gelegen binnen het in het eerste lid of krachtens het tweede lid aangewezen gedeelte van de gemeente, ontheffing verlenen van het in het eerste en derde lid gestelde verbod. 5.. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel