**1..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en
veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, het
voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of
leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de
gezondheid of de zedelijkheid aan degene die strafbare
feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een
verbod opleggen om zich te bevinden op in dat verbod
aangewezen gebied gedurende een periode van maximaal 3
dagen).
**2..** Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
burgemeester aan degene aan wie eerder een gebiedsverbod als
bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie
wordt geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of
openbare ordeverstorende handelingen verricht, een
gebiedsverbod opleggen om zich gedurende een in dat
gebiedsverbod genoemd tijdvak van ten hoogste 30 dagen te
bevinden op in dat gebiedsverbod aangewezen gebied.
**3..** Een gebiedsverbod krachtens het tweede lid kan slechts
worden opgelegd indien strafbare feiten of andere openbare
ordeverstorende handelingen binnen zes maanden na het
opleggen van een eerder gebiedsverbod, opgelegd op grond van
het eerste of tweede lid, zijn geconstateerd.
**4..** De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid
gestelde gebiedsverboden, indien dat in verband met de
persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk
is.
**5..** Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd gebiedsverbod.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 1
Artikel 2.1.1.2
Gebiedsverboden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Kampen 2001