**1..** Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan: de
voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of
rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid
of verstrekt. Onder een horecabedrijf worden in ieder geval
verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.
**2..** Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
aanhorigheden.
**3..** Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de
besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar
tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of
spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of
verstrekt.
**4..** Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die
een horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in
artikel 2.3.1.2 of artikel 2.3.1.3.
**5..** Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:
de gezinsleden van de houder, alsmede diens elders
wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn
onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde
graad;
de personen die voorkomen in het register als
bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van
Strafrecht;
de personen wier aanwezigheid in de inrichting
wegens dringende redenen noodzakelijk is.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1
Artikel 2.3.1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Kampen 2001