**1..** Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of een
bestaand escortbedrijf is het gestelde in artikel 3.2.1, eerste
lid niet van toepassing:
gedurende 12 weken na het in werking treden
daarvan;
na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
exploitant binnen deze termijn een aanvraag om
vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid,
heeft ingediend, totdat op die aanvraag door het bevoegd
bestuursorgaan een besluit is genomen.
**2..** Indien een seksinrichting aantoonbaar reeds meer dan twee jaar
op een lokatie gevestigd is, op het moment van het in werking
treden van de bepalingen van dit hoofdstuk, is op het
exploiteren van een zodanige seksinrichting voorts het gestelde
in artikel 3.2.0 niet van toepassing:
gedurende 12 weken na het in werking treden
daarvan;
na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
exploitant binnen deze termijn een aanvraag om
vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid,
heeft ingediend, totdat op die aanvraag door het bevoegd
bestuursorgaan een besluit is genomen;
na afloop van de onder b gestelde termijn, indien het
bevoegd bestuursorgaan besluit om de gevraagde
vergunning, zoals hiervoor bedoeld onder sub b, te
verlenen, totdat de verleende vergunning vervalt of
wordt ingetrokken of totdat de geldingsduur daarvan
afloopt, zonder dat de vergunning direct aansluitend
wordt verlengd.
**3..** In het geval van een reeds meer dan twee jaar bestaande
seksinrichting, zoals bedoeld in lid 2, kan het bevoegde
bestuursorgaan bij de beslissing op een aanvraag om vergunning
als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, afwijken van het
bepaalde in artikel 3.3.2, lid 1, sub b en e.
**4..** Gedurende de periode als bedoeld in het eerste en tweede lid,
onder a en b, kan het bevoegd bestuursorgaan met het oog op de
in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde belangen de exploitant
aanschrijven tot het treffen van in die aanschrijving vermelde
voorzieningen.