**1..** Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van
burgemeester en wethouders is geveld, dan wel op andere wijze
teniet is gegaan, kunnen burgemeester en wethouders aan de
zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen
van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen
binnen een door hen te stellen termijn.
**2..** Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
worden vervangen.
**3..** Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig
wordt bedreigd, kunnen burgemeester en wethouders aan de
zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het
treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen
om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een
door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor
die bedreiging wordt weggenomen.
**4..** Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste,
tweede of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger,
is verplicht daaraan te voldoen.
HOOFDSTUK 4 › Afdeling 3
Artikel 4.3.6
Herplant-/instandhoudingsplicht
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Kampen 2001