Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 1

Artikel 2.1.1.2

Gebiedsverboden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Kampen

1.. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een verbod opleggen om zich te bevinden op in dat verbod aangewezen gebied gedurende een periode van maximaal 3 dagen). 2.. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan degene aan wie eerder een gebiedsverbod als bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie wordt geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of openbare ordeverstorende handelingen verricht, een gebiedsverbod opleggen om zich gedurende een in dat gebiedsverbod genoemd tijdvak van ten hoogste 30 dagen te bevinden op in dat gebiedsverbod aangewezen gebied. 3.. Een gebiedsverbod krachtens het tweede lid kan slechts worden opgelegd indien strafbare feiten of andere openbare ordeverstorende handelingen binnen zes maanden na het opleggen van een eerder gebiedsverbod, opgelegd op grond van het eerste of tweede lid, zijn geconstateerd. 4.. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde gebiedsverboden, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. 5.. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd gebiedsverbod.

Rechtspraak bij dit artikel