Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2011

Deze verordening verstaat onder: a “markt”: de door het college ingestelde warenmarkt; b “standplaats”: de op (en voor de duur van) de markt door het bevoegde gezag aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel; c “vaste plaats”: een standplaats, die voor onbepaalde tijd beschikbaar wordt gesteld; d “dagplaats”: een standplaats, die per marktdag beschikbaar wordt gesteld; e “standplaatshouder”: ieder aan wie door het bevoegde gezag een vergunning is toegekend om gedurende een markt een standplaats te bezetten; f “frontbreedte van een standplaats”: de lengte van de zijde van een standplaats met een ruimte van maximaal 3 strekkende meters diepte die aan een voor het publiek geprojecteerde gang is gelegen; g “oppervlakte van een standplaats”: de oppervlakte van een standplaats met een ruimte van meer dan 3 strekkende meters; h “week”: kalenderweek; i “maand”: kalendermaand; j “kwartaal”: kalenderkwartaal; k “belastingjaar”: het kalenderjaar (waarin de belastingplicht is ontstaan).

Rechtspraak bij dit artikel