ONTSTAAN VAN DE BELASTINGSCHULD EN HEFFING NAAR TIJDSGELANG
1. De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.
2. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de
belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting naar het maandtarief verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als bedoel in artikel 7, eerste lid, eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd voor zoveel tiende gedeelten als er in dat jaar na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
5. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als bedoel in artikel 7, tweede lid, eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
6. Het derde, vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen het gebied zoal bedoeld in artikel 2 verhuist en aldaar een andere vestiging in gebruik neemt.