1. De belastingschuld ontstaat bij het begin van het
belastingtijdvak.
2. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak
aanvangt, ontstaat de
belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd over voor zoveel twaalfde
gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat
jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven.
4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
eindigt, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleend
voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
belasting als erin dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog
volle kalendermaanden overblijven.
5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen het gebied zoal bedoeld in artikel 2 verhuist
en aldaar een andere vestiging in gebruik neemt.
Artikel 8
ONTSTAAN VAN DE BELASTINGSCHULD EN HEFFING NAAR TIJDSGELANG
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2013