Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ

1.. Onverminderd artikel 1.4, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld op: vijf procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de eerste categorie; honderd procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de tweede categorie. 2.. In afwijking van het eerste lid, onder b, legt het college, indien belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de IOAW en de belemmerende gedragingen, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, onder c, dusdanige vormen aannemen dat gesproken moet worden van het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, voor onbepaalde duur een maatregel op ter hoogte van het door eigen toedoen niet verkregen netto inkomen uit deze arbeid. 3.. Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het tweede lid binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel