**1..** Bij verkoop of vererving van de woning, en indien het een echtpaar betreft bij vererving na overlijden van de langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgeloste deel van de geldlening alsmede de op grond van artikel 7, derde en vierde lid, bijgeschreven rente, direct opeisbaar.
**2..** Bij verkoop van de woning kan wegens bijzondere omstandigheden van sociale of medische aard, dan wel wegens werkaanvaarding elders door de belanghebbende, na toepassing van het eerste lid, worden besloten tot een nieuwe geldlening, eveneens onder verband van hypotheek of pand, voor de koop van een andere woning, tot ten hoogste het bedrag van de ingevolge het eerste lid afgeloste geldlening, onder de voorwaarde dat de belanghebbende het na aflossing vrijgekomen vermogen met inbegrip van het in het in het derde lid bedoelde bedrag, volledig inzet voor de aankoop van de andere woning.
**3..** Bij verkoop van de woning tegen een prijs overeenkomstig de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering komt, voor zover de opbrengst daartoe toereikend is, aan belanghebbende in ieder geval toe het bedrag dat op grond van artikel 34, tweede lid, onder d, bij de vaststelling van de lening op de waarde van de woning in mindering is gebracht, alsmede – indien nog geen toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 2, lid 4 - het restant van het in genoemd artikellid bedoelde vrij te laten vermogen.
**4..** Indien bij verkoop van de woning op basis van de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden.