Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregels gesubsidieerde arbeid Wwb, Ioaw en Ioaz Leiden 2008

Aan de gesubsidieerde arbeidsplaats zijn de volgende voorwaarden verbonden: De gesubsidieerde arbeidsplaats zoals bedoeld in Artikel 3 onder a., wordt alleen dan ingezet indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat de belanghebbende zich binnen 24 maanden zodanig kan ontwikkelen dat uitstroom naar een ongesubsidieerde dienstbetrekking mogelijk is. de werkgever stelt ten behoeve van de werknemer een arbeidsontwikkelingsplan op, waarmee de werknemer in staat gesteld wordt zich te ontwikkelen. In geval er sprake is van een duur van 24 maanden zoals bedoeld in Artikel 3 onder a., dient deze ontwikkeling zodanig te zijn dat uitstroom naar reguliere arbeid gerealiseerd kan worden; de werkgever draagt zorg voor de uitvoering van het arbeidsontwikkelingsplan van de werknemer. In uitzonderingsgevallen kan het college besluiten de gesubsidieerde arbeidsplaats en de daaraan verbonden ondersteunende maatregelen en loonkostensubsidie voort te zetten na genoemde periodes, zoals bedoeld in lid 3 onder a en b, indien door onvoorziene omstandigheden de stap naar een reguliere baan nog niet kan worden gezet. Daarbij zal periodiek worden beoordeeld of verlenging van de loonkostensubsidie met begeleiding en de daaraan verbonden voorziening nog aan de orde is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel