voortijdig schoolverlaten en de oprichting van jongerennetwerken,
speelvoorzieningen,
subsidies ten behoeve van de jeugd.
jongeren(opbouw)werk
jeugdgehandicapten
jeugdalcoholbeleid
De Welzijnswet biedt een globaal kader voor het bevorderen van welzijn op lokaal nivo en fungeert als kader voor gezins-en opvoedingsondersteuning. De wet geeft de gemeente alle vrijheid bij het invullen van hun decentrale verantwoordelijkheid. Het is nog niet bekend hoe een en ander vorm gaat krijgen in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.
1.Vroegsignalering, voortijdig schoolverlaten en de opzet van netwerken.
In 2004 hebben 27 Bloemendaalse jongeren het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie, waardoor ze een goede aansluiting op de arbeidsmarkt missen. Onder startkwalificatie wordt verstaan: een afgeronde opleiding op het nivo van beginnend beroepsbeoefenaar wat neerkomt op minimaal niveau twee van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) of een diploma Havo.
Was vroeger een diploma van het lager beroepsonderwijs of mavo voldoende voor toegang tot de arbeidsmarkt nu moet de jeugd (veel) langer leren voordat een formele plek op de arbeidsmarkt kan worden verworven.
Er zijn verschillende maatregelen getroffen om een sluitende aanpak van voortijdig schoolverlaten mogelijk te maken, zoals het versterken van toezicht op de naleving van de leerplichtwet en de oprichting van het RMC (Regionale Meld-en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten). Bij het realiseren van een sluitende aanpak zijn meerdere instanties betrokken en de gemeentelijke inzet is vooral bedoeld om afstemming en samenwerking te bevorderen tussen het onderwijs, arbeidstoeleiding en (preventieve) jeugdzorg.
Uit gegevens van het RMC blijkt, dat de 27 Bloemendaalse kinderen vooral het NOVA college voortijdig hebben verlaten (16 x) Hiernaast werden de Lieven de Key, de Hartenlust Mavo en het Linnaeus College voortijdig de rug toegekeerd. Het blijkt dat vooral het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs - waaruit een groot deel van risicokinderen afkomstig is – voortijdig verlaten wordt. Risicoleerlingen zijn leerlingen die gezien hun gedrag, gezinsachterstand of leercapaciteiten een verhoogd risico lopen om het niveau van de startkwalificatie niet te halen.
Om te voorkomen dat leerlingen uitvallen, om ervoor te zorgen dat problemen vroegtijdig worden gesignaleerd en dat docenten en ouders worden ondersteund is het noodzakelijk dat binnen de school een zorgstruktuur wordt gecreëerd. Onder het kopje “preventieve jeugdzorg” (D.2.1.1.) wordt reeds voorgesteld om mobiele teams in te schakelen. Er wordt –in het kader van de regievoering- echter meer verwacht van de gemeente.
Ten behoeve van de vroegsignalering en het bieden van concrete daadwerkelijk hulp bij o.a. voortijdig schoolverlaten neemt Bloemendaal deel aan het regionale Netwerk 12 + dat gecoördineerd wordt door Stichting Casca en gesubsidieerd door o.a. de gemeente Bloemendaal. Eens in de zes weken komen uitvoerenden van Halt, Politie, gemeente Heemstede, Bloemendaal, Bennebroek, de lokale scholen voor voortgezet onderwijs, jeugdgezondheidszorg, jeugdreclassering, Algemeen Meldpunt Kindermishandeling, Bureau Jeugdzorg en de Brijder Verslavingszorg bijeen. Schoolverlaters zonder startkwalificatie, veelvuldig schoolverzuimers, drankgebruik ouders, (zeer) agressief gedrag van kinderen, risicogezinnen, ontwikkelingsstoornissen etc. worden in dit gezamenlijk netwerk behandeld en er wordt -zo mogelijk- concreet iets aan gedaan. Bijvoorbeeld het geven van passende begeleiding voor problemen in de persoonlijke levenssfeer die toeleiding naar school in de weg staan. Ook kan men door deelname meer bekendheid krijgen van elkaars werk waardoor samenwerken eenvoudiger wordt en “dubbel doen” wordt vermeden.
Aangezien het Netwerk 12 + goed werkt en uit verschilllende onderzoeken blijkt dat vroegsignalering voorspellende werking heeft, is besloten een Bloemendaals Netwerk 12- op te zetten. Dit netwerk is per 31 januari 2005 van start gegaan. Hieraan nemen de peuterspeelzalen, de basisscholen, kinderopvang, Algemeen Meldpunt Kindermishandeling, de gemeente, Bureau Jeugdzorg, de GGD en het consultatieburo deel. Van belang is dat circa 90% van de leerplichtige Bloemendaalse kinderen een Bloemendaalse school bezoekt. Het jaar 2005 is een proefjaar voor het Netwerk 12 -. Na evaluatie zal eind 2005 besloten worden omtrent voortgang.
De netwerken sluiten aan bij de preventieve jeugdzorg wat de functies informeren, signaleren en coördineren betreft. Ook de afstemming in de hulpverlening is een belangrijk doel.
2.Speelvoorzieningen
Deze activiteit vertrekt vanuit kansen in de ontwikkeling van kinderen in plaats van problemen. Vraaggericht werken is het centrale begrip. Voorwaarde is dat de overheid ouders als volwaardige partners ziet en hen –waar mogelijk- inschakelt bij het creëren van een veilige opvoedingsomgeving of bij het zoeken naar oplossingen die bruikbaar zijn voor ouders en jongeren in de buurt. Belangrijk is dat ouders en de jeugd zelf een stem hebben bij de inrichting van hun eigen opvoedingsomgeving of de invulling van een activiteitenaanbod in hun buurt of wijk.
Mede vanuit deze visie maakt de gemeente samen met de omwonenden en met jongeren plannen voor het renoveren van speelplaatsen en/of het realiseren van nieuwe speelplaatsen of ontmoetingsplekken.
In de gemeente Bloemendaal zijn 22 speelplaatsen, waarvan acht in Bloemendaal, vier in Overveen, vier in Aerdenhout en zes in Vogelenzang. In 2001 is een inventarisatie gemaakt van alle speelvoorzieningen in de gemeente Bloemendaal en is prioritering aangebracht in noodzaak en urgentie van renovatie.
Vooral speelvoorzieningen c.q. ontmoetingsplekken voor de oudere jeugd stuiten op weerstand van de buurt. Om draagvlak en medeverantwoordelijkheid in de buurt te verkrijgen wordt een interactieve werkwijze toegepast. De omwonenden (volwassenen en jeugd) in een wijde cirkel rondom de speelplek worden uitgenodigd om de inrichting van de toekomstige speelplek te bespreken aan de hand van het aantal kinderen in de buurt, de leeftijd van die kinderen, de wensen en de niet-wensen en het beschikbare budget. Zij worden twee of drie keer uitgenodigd om het plan- wat zoveel mogelijk met de suggesties, kritiek en de wensen van de jeugd en de volwassenen rekening houdt- te bespreken. Indien nodig wordt het plan aangepast. De reactie van de bevolking op deze interactieve werkwijze is zeer positief.
Bij de de renovatie of het nieuw inrichten van speelplaatsen wordt rekening gehouden met:
Het besluit “Veiligheid attractie- en speeltoestellen”;
Veiligheid van de speelplek;
Bereikbaarheid (afhankelijk van de leeftijd van de kinderen);
Herbergzaamheid (kinderen moeten zich veilig en beschut kunnen voelen op de speelplaats);
Samenhang met de woonomgeving (de speelplek moet passen in de woonomgeving);
De spelvormen van de kinderen (beweging, constructie of wedstrijdspel en ontmoeting, rust);
De vraag c.q. mening van de jongeren en de omwonenden.
Vanaf 2001 zijn er vele plannen geopperd. Een aantal kon niet uitgevoerd worden vanwege bezwaren uit de buurt. De volgende speelplaatsen zijn samen met de jeugd en de omwonenden opgeknapt:
• speelplek aan de Graaf Dirklaan
• speelgelegenheid aan de Deken Zondaglaan
• speelplek aan de Teylingerweg
• drie speelvoorzienigen aan de Veldhof
• een speelvoorziening aan de Van Kempenhof
• een speelvoorziening aan de Johannes Postlaan
• een speelvoorziening aan de Prins Hendriklaan
• een speelvoorziening aan de Donkerelaan
Hiernaast is financiële ondersteuning geboden aan de gemeente Haarlem in verband met deelname aan een groot skatepark bij de grens van Overveen met Haarlem. Voortgegaan zal worden met het jaarlijks renoveren van twee speeltuinen op interactieve wijze.
3.Subsidies
De gemeente subsidieert/ondersteunt de volgende instellingen/voorzieningen op het gebied van de jeugd. Hiernaast worden verenigingen financieel bijgestaan met voorzieningen en activiteiten waar ook de jeugd gebruik van maakt.
Subsidie
Activiteiten
leeftijd
bedrag
Inkomsten/uitgaven
1.Jeugdsport-
verenigingen (inclusief scouting)
Stimulering van sport voor de jeugd
Tot 18 jaar
€ 21.207,-
wordt behandeld in sportnota
Uitgavenbudget
2.Stichting Casca
Netwerk 12 -
Voorkomen van voortijdig schoolverlaten, signaleren van problemen en zo mogelijk oplossen
0-12 jaar
Incidenteel gesubsidieerd over 2004 en 2005
Uitgavenbudget
3.Stichting Casca
Netwerk 12+
Voorkomen van voortijdig schoolverlaten, signalering van problemen en zo mogelijk oplossen
12-24 jaar
€ 4.442,-
Uitgavenbudget
4.Peuterspeelza
len
Opvang en begeleiding van peuters
2-4 jaar
€ 114.758,-
Uitgavenbudget
5.Cultureel Jongeren Paspoort
Stimuleren van cultuur voor de jeugd
Tot 18 jaar
€ 2.687,-
Uitgavenbudget
6.De Opvoedwinkel
Opvoedonder-
steuning
0-24 jaar
€ 2.042,-
Uitgavenbudget
7.Stichting Jeugdhonk Vogelenzang
Activiteiten, ontmoeting
4-24 jaar
€ 243,-
Uitgavenbudget
8.Stichting Sportsupport
Het stimuleren van mensen met een handicap tot deelname aan sport.
Tot 24 jaar
€ 2.304,-
Uitgavenbudget
9.Rolstoelhockey
Hockey voor gehandicapte kinderen (en volwassenen)
Tot 24 jaar
€ 1.264,-
Uitgavenbudget
10.Paardrijden voor gehandicapten
Paardrijden voor gehandicapte kinderen
Tot 24 jaar
€ 960,-
Uitgavenbudget
11.Sport-in (incidentele subsidies)
Activiteiten passend binnen de beleidsregels voor incidentele subsidies
Tot 24 jaar
€ 5.907,-
voor alle incidentele subsidies over 2005
Uitgavenbudget
12.Brijder Verslavingszorg (+ zomercampagne)
Preventieve verslavingszorg en informatie
12-24 jaar
€ 2.405,-
(+ € 928,-)
Uitgavenbudget
13.Vrijwilligerscen
trale
Bemiddeling bij
vrijwilligerswerk
16- 24 jaar
€ 1.532,-
Uitgavenbudget
14.Stichting ’t WEB
Belangenbeharti
ging vrijwilligers
0-24 jaar
€ 2.754,-
Uitgavenbudget
15.Het schooladoptieplan
Veiligheid op en rond de basisschool
5-12 jaar
€ 3.787,-
Uitgavenbudget
16.Buro Halt
Voorkomen van vandalisme onder jongeren
12-18 jaar
€ 8.992,-
Uitgavenbudget
17.VIOS-project
Veiligheid In en Om de school
12-24 jaar
€ 17.000,- incidenteel uit budget orde-en veiligheid
Uitgavenbudget
18.Jeugd
gezondheidszorg
Basis- en maatwerkdeel
Tot 19 jaar
€ 207.264,-
€ 194.490,-
Uitgavenbudget
Inkomstenbudget
19.Bijdrage aan Haarlem in aanlegkosten skatepark nabij Overveen
Skaten, voetballen en basketballen
8-24 jaar
€ 40.000,- incidenteel te betalen in drie jaar
Uitgavenbudget
4.Jongerenwerk
Jeugdwerk wordt omschreven als de poging van volwassenen om de jeugd in leeftijdsgebonden organisaties in de vrijetijdssector ontspanning te bieden, te vormen en te helpen. Jeugdwerk speelt zich vooral af in de vrije tijd, buiten school, buiten het werk en buiten het gezin. Jongerenwerk is jeugdwerk voor de groep van 10 tot en met 23 jaar.
De verschijningsvormen van het hedendaags jongerenwerk
het professionele sociaal-culturele jongerenwerk richt zich op de leeftijdgroep van 10-23 jaar. 1.1 het buurt-of omgevingsgerichte jongerenwerk (jongerenopbouwwerker) 1.2 het open jongerenwerk (begeleider in een jeugdhonk)
het professionele sociaal-culturele tienerwerk (begeleider naschoolse opvang)
vrijwillig jongerenwerk in levensbeschouwelijke organisaties, belangenorganisaties en spel-en interesseorganisaties
ambulant jongerenwerk en straathoekwerk (gericht op probleemjongeren op straat).
Taken van het jeugd-en jongerenwerk:
organiseren van recreatieve activiteiten;
vraagbaak;
actief benaderen van groepen jongeren en gezamenlijk oplossingen zoeken voor hun problemen;
ondersteunen van jongeren bij belangenbehartiging.
Vaak is er onbegrip over de rollen die de gemeente en het jeugd-en jongerenwerk spelen. Gemeenten hebben weinig zicht op wat een jongerenwerker doet, hetgeen zorgt voor veel te hoog gespannen verwachtingen. De gemeente vraagt het jeugd-en jongerenwerker nogal eens taken uit te voeren die hij/zij niet kan waarmaken of die niet zijn afgesproken. Veel gemeenten zien het jeugd-en jongerenwerk een actieve rol spelen in het jeugdbeleid. Vooral het actief benaderen van groepen jongeren scoort hoog en vindplaatsgericht werken. Maar dat is een rol die lang niet door alle jeugd-en jongerenwerkers wordt gespeeld. Veel jeugd- en jongerenwerk beperkt zich tot accommodatiegericht en recreatief werk oftewel activiteiten in een welzijnsinstelling en/of jeugdhonk.
5.Welzijn en gehandicapte jongeren
In artikel 23 van het “Verdrag van de rechten van het kind” staat de volgende bepaling met betrekking tot gehandicapte kinderen:
“Voor kinderen met een handicap zijn de volgende punten van belang:
Zij moeten zoveel mogelijk gebruik kunnen maken van de algemene voorzieningen die er voor alle kinderen zijn. Zij moeten, daar waar het nodig is, gebruik kunnen maken van speciale voorzieningen.
Kinderen met een handicap zijn deel van onze maatschappij. Ze moeten zoveel mogelijk naar de gewone scholen mogen en kunnen gaan ….”
De gemeente subsidieert het paardrijden voor gehandicapten, Rolstoelhockey, Stichting Sportsupport en Stichting ’t WEB. Laatstgenoemde Stichting behartigt de belangen van lichamelijk gehandicapten en chronisch zieken in Zuid-Kennemerland.
Schattingen over het aantal gehandicapten in Bloemendaal lopen uiteen. Een handicap wordt in belangrijke mate bepaald door de mogelijkheden die een persoon heeft om te kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. “t WEB zet zich in voor een volwaardige integratie en participatie van mensen met een handicap in de maatschappij.
Volgens info van Sociale Zaken zijn er in 2003 in Bloemendaal twee aanvragen voor een WVG-voorziening voor jongeren onder de 25 jaar toegekend. Drie jongeren maakten van het collectief vervoer gebruik, waarvan twee in 2003 beëindigd werden.
In 2004 zijn er elf aanvragen voor de WVG binnengekomen van jongeren onder de 25 jaar. Op niet alle aanvragen is reeds een besluit genomen. Het betreffen diverse voorzieningen, zoals woningaanpassingen, rolstoelen, scootmobiel, aanpassing van fietsen, collectief vervoer en één cliënt die alles aanvraagt. Via het leerlingenvervoer zijn acht gehandicapte jongeren bekend. Deze cijfers geven zeker niet het werkelijke aantal weer, aangezien niet elke gehandicapte een beroep op de WVG of het leerlingenvervoer kan of wil doen. Het aantal gehandicapte jongeren in Bloemendaal is niet bekend.
6.Welzijn en “jeugd en alcohol”
In het kader van de uitvoering van de drank-en Horecawet hebben wij besloten (9 november 2004) om bij het opstellen van het jeugdbeleid aandacht te schenken aan de problematiek ten aanzien van jeugd en alcohol.
Het drinken van alcohol is onder jongeren de laatste jaren sterk toegenomen. De oorzaak van de toename van drankgebruik (op steeds vroegere leeftijd en in steeds grotere hoeveelheden) onder jongeren is een combinatie van diverse factoren, te weten:
hogere bestedingsbudget van jongeren;
de ruimere beschikbaarheid van drank;
de steeds “slimmere” marketing die speciaal gericht is op de jeugd (zoals de introductie van zoete mixdrankjes);
de behoefte aan time-outsituaties, waar veel regels even niet gelden.
De jeugd vormt een belangrijke risicogroep voor de ontwikkeling van alcoholgerelateerde problemen. Het lichaam is nog niet volgroeid en daarom extra gevoelig voor alcoholmisbruik. Overmatig alcoholgebruik kan beschadiging van de lever, hersenen en zenuwstelsel veroorzaken. Tevens kan teveel drinken leiden tot kanker, hart-en vaatziekten. Daarnaast vinden veel alcoholgerelateerde ongevallen plaats onder de jeugd. Een kwart van de jongeren tussen 15 en 25 jaar drinkt excessief en 30% van de scholieren heeft bij de laatste gelegenheid vijf of meer glazen alcohol gedronken .
De verandering in drinkgedrag van jongeren vraagt om aandacht van alle betrokkenen, die van invloed kunnen zijn op of (mede)verantwoordelijk zijn voor het drinkgedrag van jongeren: ouders, onderwijs, de horeca en de GGD. Daarbij wordt van de lokale overheid verwacht dat ze maatregelen initieert. Overmatig alcoholgebruik leidt immers tot schade die overigens vele malen groter is dan de schade als gevolg van drugsgebruik. Vanuit haar verantwoordelijkheid voor de openbare orde, volksgezondheid en jeugdbeleid heeft de gemeente een belangrijke taak in het ontwikkelen en uitvoeren van een alcoholmatigingsbeleid, hetgeen een integrale aanpak vereist.
De gemeentelijke taak in het lokale gezondheidsbeleid biedt vele mogelijkheden voor alcoholmatigingsactiviteiten. De gemeente kan invulling geven aan preventieactiviteiten (samen met GGD en Brijder Verslavingszorg) voor de jeugd, die kennis en inzicht vergroten over de risico’s van alcoholgebruik.
Vanuit het jeugdbeleid kan de gemeente- in samenspraak met welzijnsvoorzieningen en sport - naar mogelijkheden zoeken voor richtlijnen voor de beschikbaarheid van alcohol en activiteiten stimuleren die gericht zijn op de matiging van alcohol.
Vanuit het beleidsterrein openbare orde en veiligheid heeft de gemeente de Drank-en Horecawet en de APV tot haar beschikking om een alcoholmatigingsbeleid te voeren. Ook kan de gemeente afspraken maken met de horeca in de vorm van convenanten. Vanuit haar regiefunctie dient de gemeente de verschillende partijen (politie, ouders, horecaondernemers, Brijder Verslavingszorg, GGD en de jongeren) bij elkaar te brengen en activiteiten op elkaar af te stemmen.
De gemeente subsidieert Brijder Verslavingszorg en daarnaast de zomercampagne van de Brijder (jongeren bezoeken campings en lichten andere jongeren voor). Ook kan de gemeente het aantal schenkuren bespreekbaar maken tijdens jeugdactiviteiten bij instellingen voor sport.
De GGD biedt (individuele) cursussen sociale vaardigheden aan. Tijdig aandacht hiervoor biedt op latere leeftijd een basis om sociale druk te kunnen weerstaan.