Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.

Artikel 2.10

Het plaatsen van voorwerpen op of aan de openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Bloemendaal 2011

Het is verboden zonder vergunning van het college de openbare plaats of een gedeelte daarvan anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op: vlaggen, wimpels en vlaggenstokken indien die niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt en de vlag of wimpel zich niet bevindt op minder dan 2,2 meter boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg; zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits: geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt; de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; standplaatsen als bedoeld in artikel 5.17 terrassen ten behoeve van horecabedrijven, mits : niet breder dan de voorgevel van het gebouw waarbij het terras hoort; een vrije doorgang van minimaal 1,20 meter breedte voor voetgangers, kinderwagens, rolstoelen e.d. gewaarborgd blijft; de tafels en stoelen dagelijks opgeruimd zijn : tussen 23.00 uur en 10.00 uur ; op het terras geen muziek ten gehore wordt gebracht of hoorbaar mag zijn afkomstig uit het gebouw waarbij het terras behoort; bij onderhoudswerkzaamheden of werken van openbaar nut het terras binnen 24 uur na eerste aanzegging moet zijn en blijven ontruimd; het terras en de onmiddellijke omgeving in schone toestand worden gehouden; uitstallingen ten behoeve van winkels en standplaatsen, mits: niet breder dan de standplaats of de voorgevel van het gebouw waarbij de uitstalling hoort; een vrije doorgang van minimaal 1,20 meter breedte voor voetgangers, kinderwagens, rolstoelen e.d. gewaarborgd blijft; de uitgestalde goederen en voorwerpen opgeruimd zijn voor en na de tijd dat de winkel (of standplaats) geopend is; bij onderhoudswerkzaamheden of werken van openbaar nut de uitstalling binnen 24 uur na eerste aanzegging moet zijn en blijven opgeruimd; de uitstalling en de onmiddellijke omgeving in schone toestand worden gehouden; het maken en hebben van geveltuinen en boomspiegelbeplanting voor zover deze zijn uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften als bedoeld in de ‘Beleidsregels geveltuinen en boomspiegelbeplanting’. Van het hebben van een zonnescherm, terras, uitstalling, geveltuin of boomspiegelbeplanting als bedoeld in lid 3, dient een melding te worden gedaan aan de burgemeester. Daarbij moet worden vermeld: De naam en adres van het bedrijf; De afmeting van het zonnescherm, terras of uitstalling; De indeling en uitvoering van het terras of uitstalling; De periode waarin het zonnescherm, terras of uitstalling zal worden gebruikt. Het college is bevoegd nadere regels te stellen. Het is verboden op, aan, over of boven de weg voorwerpen of stoffen te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. Van gevaar voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg is in ieder geval sprake indien een vrije doorgang van minimaal 1,20 meter breedte voor voetgangers, kinderwagens, rolstoelen e.d. ontbreekt op het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is ook van toepassing: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; van gevaar voor het doelmatig en veilig gebruik van de openbare plaats is in ieder geval sprake indien een vrije doorgang van minimaal 1,20 meter breedte voor voetgangers, kinderwagens, rolstoelen e.d. ontbreekt op het voor voetgangers bestemde gedeelte van de openbare plaats. indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Woningwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of een bij of krachtens verordening van de provincie Noord-Holland getroffen regeling met betrekking tot het wegenbeheer van toepassing zijn of voor zover er sprake is van een evenement als bedoeld in artikel 2.24, waarvoor vergunning is verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel