Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 3.

Artikel 4.19

Instandhoudingsplicht

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Bloemendaal 2011

1.. Degene die krachtens zakelijk recht, of degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid, gerechtigd is over de houtopstand te beschikken, is verplicht om werkzaamheden en maatre-gelen die een bedreiging voor het voortbestaan van houtopstand veroorzaken (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden of bronnering) bij het bevoegd gezag te melden. 2.. Degene die werkzaamheden uitvoert of laat uitvoeren is verplicht om tijdens deze werkzaam-heden in de omgeving van zowel particuliere als publieke bomen beschermende maatregelen te nemen, zowel ondergronds (bijvoorbeeld bij riolerings-, straat- en kraanwerkzaamheden), als bovengronds (bijvoorbeeld bij bouw- en sloopwerkzaamheden). Het bevoegd gezag kan maat-regelen opleggen of nadere voorwaarden stellen ter bescherming van houtopstanden. 3.. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, naar het oordeel van het bevoegd gezag in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om: a.. een bomeneffectanalyse op te stellen en ter goedkeuring aan te bieden aan het bevoegd gezag. b.. overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.

Rechtspraak bij dit artikel