Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de WWB of
artikel 20 IOAW/Z, wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld:
bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: 10% van de bijstandsnorm gedurende één maand;
bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand;
bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 40% van de bijstandsnorm gedurende één maand;
bij een benadelingsbedrag van € 4000,- of meer: 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 14.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, IOAW, IOAZ Bloemendaal 2010