Burgemeester en wethouders kennen slechts subsidie toe, zoals
bedoeld in artikel 2, indien het eigendommen betreft van
natuurlijke personen, stichtingen of andere privaatrechtelijke
rechtspersonen zonder winstoogmerk die zich het behoud van
monument(en) ten doel stellen.
Het beschikbare budget wordt gelijkelijk verdeeld over de
aanvragen, die aan de voorwaarden voldoen.
De subsidie wordt toegekend onder de voorwaarden dat:
de aanvang van het werk ten minste twee weken van tevoren wordt
gemeld bij burgemeester en wethouders;
met de uitvoering van de werkzaamheden wordt begonnen in het
kalenderjaar volgend op het besluit tot toekenning van
subsidie;
de werkzaamheden worden voltooid en gereedgemeld in het
kalenderjaar volgend op het besluit tot toekenning van
subsidie;
aan de door burgemeester en wethouders met controle belaste
personen:
toegang wordt verleend tot het monument;
inzage wordt verleend in de op het treffen van de
voorzieningen betrekking hebbende gegevens.
Burgemeester en wethouders kennen geen subsidie toe indien:
met het treffen van de voorzieningen het belang van de
monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;
de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding
staan tot het te bereiken resultaat;
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de
aanvrager een subsidiebeschikking heeft ontvangen;
voor de te treffen voorzieningen een monumentenvergunning is
vereist en deze (nog) niet is verleend;
de onderhoudskosten in een kalenderjaar minder dan € 1.000
bedragen.
Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van het monument
aanvullende voorwaarden verbinden aan het toekennen van
subsidie.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Het toekennen van de subsidie
Onderdeel van Subsidieverordening monumenten Bloemendaal 2011