Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: Wet: de Huisvestingswet. Besluit: het Huisvestingsbesluit. Woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden. Huurprijs: het daaromtrent in artikel 1, sub 1.f van de wet bepaalde. Huurprijsgrens: het daaromtrent in artikel 6, lid 3, van de wet bepaalde. Woningzoekende: het huishouden dat in het register (artikel 2.2.1) is ingeschreven. Economische binding; het daaromtrent in artikel 2 van het besluit bepaalde. Maatschappelijke binding: het daaromtrent in artikel 2 van het besluit bepaalde. Oosterschelderegio: het grondgebied van de gemeenten op Schouwen en Duiveland, Tholen, Sint Philipsland en Noord- en Zuid-Beveland. Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren. Inkomen: het daaromtrent in artikel 7, juncto artikel 8, lid 3 en lid 4, van het besluit bepaalde. Huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet. Eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2, van de wet bepaalde. Ingezetene: degene die in het bevolkingsregister van één der gemeenten in de Oosterschelderegio is opgenomen en feitelijk in de Oosterschelderegio hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte. Onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Inwoning: het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen. Standplaats: een standplaats op een centrum als bedoeld in artikel 2 van de Woonwagenwet (Stbl. 1968, 98), of een standplaats als bedoeld in artikel 1, lid 1h, van de Woningwet (Stbl. 1991, 439). Woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1 van de Woonwagenwet. Onttrekking: onder het onttrekken aan de bestemming tot bewoning wordt verstaan het gebruiken voor een ander doel dan permanente bewoning door een huishouden. Onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel