Naar hoofdinhoud
1.. Het inkomen van het huishouden moet in een redelijke verhouding tot de huurprijs van de woonruimte staan. 2.. Bij de toepassing van het gestelde in lid 1 hanteren burgemeester en wethouders de volgende tabel voor de bepaling van de verhouding tussen de huurprijs en het daarbij ten hoogste toegestane inkomen: (peildatum 1 juli 1993) INKOMEN HUURPRIJS Alleenstaande < 65 jaar Alleenstaande > 65 jaar Meerpersoons-huishouden < 65 jaar Meerpersoons-huishouden > 65 jaar Huurprijs < € 231,43 per maand € 15.882,31 € 13.159,63 € 20.873,89 € 17.697,43 Huurprijs € 231,43 tot huurprijsgrens € 304,49 € 19.852,88 € 16.449,53 € 26.092,36 € 22.121,79 3.. Indien voor een woonruimte met een huurprijs van minder dan € 231,43 per maand of bij een huurprijs liggend tussen € 231,43 en € 304,49 geen huishouden met een inkomen overeenkomstig de in het vorige lid weergegeven tabel bij burgemeester en wethouders bekend is, wordt de woonruimte ook passend geacht voor een huishouden met een inkomen dat in eerste instantie ten hoogste 25% meer bedraagt. 4.. Voor de bepaling van het inkomen dat in de in lid 2 weergegeven tabel wordt toegepast hanteren burgemeester en wethouders de bewijsstukken over recente inkomensgegevens. Zonodig kunnen burgemeester en wethouders verlangen dat een jaaropgave, een IB-60 formulier of een werkgeversverklaring wordt overgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel