**1..** Burgemeester en wethouders houden binnen het register van woningzoekenden als bedoeld in artikel 2.2.1 een lijst van standplaatszoekenden bij, waarop zij in afnemende puntenvolgorde worden genoteerd.
De volgende factoren bepalen het aantal toegekende punten:
Deconcentratie:
aanvrager woont op een woonwagencentrum dat dient te worden opgeheven of verkleind.
Zorg:
aanvrager heeft familie in de eerste of tweede graad op het woonwagencentrum van de aanvraag;
aanvrager heeft familie in de eerste of tweede graad op een ander woonwagencentrum in de gemeente;
aanvrager woont buiten één van de gemeenten in de Oosterschelderegio en heeft familie in de eerste of tweede graad op één van de woonwagencentra in één van de gemeenten in de Oosterschelderegio.
Regio:
aanvrager woont reeds meer dan een jaar op één van de woonwagencentra binnen de gemeente, hetgeen blijkt uit het bevolkingsregister;
aanvrager woont reeds meer dan een jaar op één van de woonwagencentra binnen één van de gemeenten in de Oosterschelderegio;
aanvrager beschikt over zelfstandige woonruimte, niet zijnde een woonwagen, binnen de gemeente en kan krachtens de Woonwagenwet aanspraak maken op het bewonen van een woonwagen (binnengemeentelijke spijtoptant);
aanvrager beschikt over zelfstandige woonruimte, niet zijnde een woonwagen, binnen één van de andere gemeenten in de Oosterschelderegio en kan krachtens de Woonwagenwet aanspraak maken op het bewonen van een woonwagen (binnen-regionale spijtoptant).
Economische en maatschappelijke binding:
aanvrager is economisch of maatschappelijk gebonden aan de Oosterschelderegio.
Inschrijvingstermijn:
aanvrager heeft reeds eerder ten minste een jaar in de gemeente een standplaats gehad;
per maand, dat de inschrijving van kracht is en de aanvrager jonger is dan 30 jaar;
per maand, dat de inschrijving van kracht is en de aanvrager 30 jaar of ouder is.
Bijzondere omstandigheden:
aanvrager volgt algemeen vormend, dan wel beroepsonderwijs (geen partieel onderwijs).
**2..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2.3.3 wordt de huisvestingsvergunning voor een standplaats voor een woonwagen verleend, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de standplaatszoekende behoort tot de ingevolge paragraaf 2.4 aangewezen categorieën van woningzoekenden die voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning in aan-merking komen;
de standplaatszoekende kan aantonen dat hij is gerechtigd om volgens de Woonwagenwet in een woonwagen te wonen;
de standplaatszoekende neemt op de in het vorige lid bedoelde lijst de bovenste plaats in, of de boven hem staande standplaatszoekenden willen niet in aanmerking komen voor de standplaats. Ingeval van bijzondere medische en/of sociale omstandigheden van de standplaatszoekende kunnen burgemeester en wethouders van deze voorwaarde afwijken.
**3..** De paragrafen 2.5 (passendheid) en 2.6 (urgentie) blijven ingeval van standplaatszoekenden buiten toepassing
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.8.1
Standplaatsen voor een woonwagen
Onderdeel van Verordening houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte en de wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad