Het verbod als bedoeld in artikel 2.10A van de APV geldt voorts niet indien wordt voldaan aan de volgende voorschriften:
in straten met een verkeersfunctie wordt op het trottoir een doorloopruimte van 1,50 meter vrijgelaten;
in straten met de functie voetgangersgebied, waar al dan niet gemotoriseerd verkeer is toegelaten, dient:
een doorgang van minstens 4,00 meter in het midden van de weg te worden vrijgelaten;
daar waar de breedte van de straat dit toelaat, de uitstalling binnen 1 meter van de gevel te worden geplaatst;
het uitstallen is mogelijk over de breedte van het betreffende winkelpand;
de uitstallingen zijn om veiligheidsredenen zo stevig dat ze niet kunnen omvallen of omwaaien;
de uitstallingen zijn om veiligheidsredenen niet hoger dan 1,50 meter;
de uitstallingen worden niet aan luifels, zonneschermen of lantaarnpalen bevestigd;
de uitstallingen bestaan uit makkelijk verplaatsbare elementen;
na winkelsluitingstijd wordt het trottoir schoon achtergelaten