Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.08

Toekenningsperiode en moment van aanvraag

Onderdeel van beleidsregel bijzondere bijstand

Bijzondere bijstand wordt incidenteel toegekend als er sprake is van eenmalige kosten. Bijzondere bijstand kan ook periodiek toegekend worden als er sprake is van dezelfde, terugkerende kosten, bijvoorbeeld hogere energiekosten die maandelijks in rekening worden gebracht. In dat geval wordt de bijzondere bijstand in principe voor de periode van maximaal een jaar toegekend. Het kan voorkomen dat er van tevoren ingeschat kan worden dat de kosten zich over een langere periode voor zullen doen. Als er dan ook sprake is van vaste inkomsten waar geen recente wijziging in verwacht hoeft te worden (bijvoorbeeld AOW en pensioen) dan kan er in individuele gevallen gekozen worden voor een langere verstrekkingsperiode. Een heronderzoek na 18 maanden zal dan wel gepland moeten worden. Gaat het om een kortere periode dan wordt de bijzondere bijstand voor deze kortere periode toegekend. De klant is zelf verantwoordelijk voor het indienen van een nieuwe aanvraag als de periode van toekenning voorbij is. De klant moet in beginsel voordat de kosten worden gemaakt een aanvraag indienen. De reden hiervoor is dat het niet mogelijk is achteraf de noodzaak van de kosten vast te stellen. De bijzondere bijstand kan tot een maand met terugwerkende kracht worden verleend, indien de noodzaak op dat moment ook nog vast te stellen is. De bijstand moet in ieder geval worden aangevraagd binnen één maand na de datum waarop de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Indien er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden (denk aan ziekenhuisopname) kan hier gemotiveerd van afgeweken worden.

Rechtspraak bij dit artikel