Als de kantonrechter kiest voor een zakelijke bewindvoerder en dit kosten meebrengt voor de belanghebbende, dienen deze kosten beschouwd te worden als noodzakelijke kosten van het bestaan. In de meeste gevallen wordt de beloning specifiek door de kantonrechter geregeld en dit wordt dan genoemd in de uitspraak tot beschermingsbewind. Is dit niet het geval dan komt de bewindvoerder 5% van de netto-opbrengst van de onder bewind staande goederen toe (artikel 1:447 lid 1 BW). Indien er geen opbrengst van de onder bewind staande goederen is, heeft de bewindvoerder dus geen recht op salaris. Dit is dus het geval als de kantonrechter geen beschikking heeft afgegeven waaruit blijkt dat de beloning anders is vastgesteld.
Heeft de kantonrechter wel een vergoeding in zijn uitspraak opgenomen dan bestaat recht op bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering overeenkomstig de beloningsafspraken van het LOK. Voor deze afspraken en de hoogte van de bedragen wordt verwezen naar het handboek Schulinck: 'Aanbeveling meerderjarigenbewind' (deze aanbeveling is ook terug te vinden op -> naar de rechter -> landelijke regelingen -> sector kanton -> aanbevelingen LOK ). www.rechtspraak.nl
Wanneer bijzondere bijstand wordt gevraagd voor een hoger bedrag dan de hierboven genoemde bedragen, zal om de vaststelling en goedkeuring van de toezichthoudende kantonrechter moeten worden gevraagd waaruit blijkt dat de rechter deze hogere beloning heeft vastgesteld.
De gemeente is gebonden aan de beschikking van de kantonrechter en heeft geen vrijheid om zelf de noodzaak van de onderbewindstelling te beoordelen en evenmin om te bezien of andere oplossingen mogelijk zijn.
Hoofdstuk 10.
Artikel 10.2.2
Kosten beschermingsbewind
Onderdeel van beleidsregel bijzondere bijstand