Om te bepalen of de klant de bijzondere kosten kan voldoen uit het beschikbare inkomen moet eerst bepaald worden wat de draagkrachtruimte is. De draagkrachtruimte is het verschil tussen het inkomen van de klant en de van toepassing zijnde bijstandsnorm samen met de
gemeentelijke toeslag inclusief vakantietoeslag. Voor de algemene bijstand is in artikel 31 lid 2 WWB en artikel 33 lid 5 WWB geregeld welke inkomsten niet op de uitkering worden gekort. Deze inkomsten worden ook voor de bijzondere bijstandsverlening vrijgelaten.
Bij de vaststelling van de draagkracht wordt rekening gehouden met het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan 125% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm samen met de gemeentelijke toeslag. Een eventueel verstrekte langdurigheidstoeslag wordt niet meegenomen bij de vaststelling van de draagkracht.
Het draagkrachtpercentage
De draagkracht is vastgesteld op 25% van de overschrijding. Dus 25% van het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan 125% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm samen met de gemeentelijke toeslag inclusief vakantietoeslag. Een draagkrachtpercentage van 25% houdt in dat 75% van de overschrijding wordt vrijgelaten.
Vakantietoeslag
In de berekening dient in principe het vakantiegeld te worden meegenomen. In de praktijk, zoals
bij uitzendkrachten of bij een nieuw dienstverband, blijkt het moeilijk om achter het precieze bedrag aan vakantiegeld te komen. Uit praktische overwegingen kan 5% van het netto maand-/
jaarinkomen als vakantiegeld worden gehanteerd (overeenkomstig de tremanormen).