Naar hoofdinhoud

PARAGRAAF 4

Artikel 11

vaststelling hoogte financiële tegemoetkoming in de kosten van woonvoorzieningen en persoonsgebonden budget woonvoorzieningen

Onderdeel van Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2011

De hoogte van de financiële tegemoetkoming, zoals bedoeld in artikel 13. onder d van de Verordening, minus het eventuele eigen aandeel voor de woonvoorziening, wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. De hoogte van of het persoonsgebonden budget zoals bedoeld in artikel 13. onder c van de Verordening minus de eventuele eigen bijdrage voor de woningvoorziening, wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte De hoogte van de door het college vast te stellen financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget voor de kosten van een woonvoorziening als bedoeld in artikel 13 van de Verordening, bedraagt bij inkomens tot en met de inkomensgrenzen zoals genoemd in artikel 4 lid 2 van het Besluit, 100% van de voor subsidie in aanmerking komende kosten. De hoogte van de vast te stellen financiële tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening als bedoeld in artikel 13 van de Verordening bij inkomens boven de inkomensgrenzen zoals genoemd in artikel 4 lid 2 van het Besluit, wordt de subsidie bepaald door de draagkracht in mindering te brengen op de voor vergoeding in aanmerking komende kosten. e.Indien de stijging van de huur- of woonlasten als gevolg van hetgeen in artikel 11 lid 1 onder d is bepaald de draagkracht van betrokkene de gehandicapte te boven gaat, dan wordt de financiële tegemoetkoming zodanig verhoogd, dat de draagkracht niet wordt overschreden De hoogte van de door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 15 onder a van de Verordening (verhuis- en herinrichtingskosten) bedraagt € 1360,-. Indien het inkomen meer bedraagt dan 1,5 maal in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem voor de diverse categorieën genoemde inkomensgrenzen, is er geen recht op een verhuiskostenvergoeding Een financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie ten behoeve van een verstrekte voorziening zoals bedoeld in artikel 15 van de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning onder b, c en d wordt verstrekt indien; de woonvoorziening nog in het kader van de verordening Wet Voorzieningen Gehandicapten is verleend of; de woonvoorziening in het kader van de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2007 is verleend; c de woonvoorziening in het kader van de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2010 is verleend en de woonvoorziening voorkomt op de in bijlage 2 genoemde voorzieningen; en de aanvrager ten tijde van het onderhoud, keuring of reparatie de woonruimte als hoofdverblijf heeft en bewoont. a Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken van de woonruimte, zoals bedoeld in artikel 19 lid 4 van de Verordening bedraagt € 3.000,00. b De financiële tegemoetkoming kan worden toegekend voor het bezoekbaar maken van maximaal één woning. Bij de toekenning van het persoonsgebonden budget of de financiele tegemoetkoming wordt de economische levensduur van de voorziening in aanmerking genomen, zoals vastgelegd in bijlage X. De levensduur wordt als volgt meegewogen: 100% bij een ouderdom van de te vervangen voorzieningen tot 25 % van de levensduur 75% bij een ouderdom van de te vervangen voorzieningen van 25 % tot 50 % van de levensduur; 50% bij een ouderdom van de te vervangen voorzieningen van 50 % tot 75 % van de levensduur; 25% bij een ouderdom van de te vervangen voorzieningen van 75 % tot 100% van de levensduur ; 0% bij een ouderdom van de te vervangen voorzieningen van meer dan 100 % van de levensduur 6. Indien de technische levensduur van de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag minder dan 5 jaar is, of de standplaats van de woonwagen binnen 5 jaar voor opheffing in aanmerking komt, bedraagt de hoogte van de aanpassingskosten de werkelijke kosten met een maximum van € 2.500,00. Indien de technische levensduur van de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag meer dan 5 jaar is, dan bedragen de maximale aanpassingskosten € 13.650,- 6.Het in artikel 21 van de Verordening genoemde afschrijvingsschema luidt als volgt: terugbetaling: in het eerste jaar 100% van de meerwaarde van de woning na subsidie in het tweede jaar 90% van de meerwaarde van de woning na subsidie in het derde jaar 80% van de meerwaarde van de woning na subsidie in het vierde jaar 70% van de meerwaarde van de woning na subsidie in het vijfde jaar 60% van de meerwaarde van de woning na subsidie in het zesde jaar 50% van de meerwaarde van de woning na subsidie in het zevende jaar 40% van de meerwaarde van de woning na subsidie in het achtste jaar 30% van de meerwaarde van de woning na subsidie in het negende jaar 20% van de meerwaarde van de woning na subsidie in het tiende jaar 10% van de meerwaarde van de woning na subsidie 7 Indien de kosten van de woningaanpassing € 13.650,- of meer bedragen, dient de betrokkene te verhuizen naar een voor hem/haar geschikte aangepaste woning. Een en ander conform artikel 16 lid 1 van de Verordening. De tegemoetkoming als bedoeld in artikel 11 lid 2 van dit Besluit(verhuiskostenvergoeding) wordt alsdan verstrekt. De tegemoetkoming in artikel 11 lid 2 van dit Besluit kan ook worden verstrekt indien de kosten vande woningaanpassing lager zijn dan € 13.650,-. bij gelijkblijvende beperkingen geldt het onder artikel 11, lid 7 sub a vermelde bedragen voor een periode van 3 jaar. van deze periode kan afgeweken worden indien een aanpassing noodzakelijk is, zonder dat deze vooraf voorzien kon worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel