Naar hoofdinhoud

PARAGRAAF 5

Artikel 14

vaststelling persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkoming vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2011

1.Bij de verstrekking of toekenning van een algemene of individuele vervoersvoorziening geniet de voorziening in natura, zoals bedoeld in artikel 22, onder a (collectief vervoer) en b (scootermobiel) van de Verordening, altijd het primaat boven de verstrekking van een persoonsgebonden budget. Uitzondering hierop zijn de vervoersvoorzieningen die om een medische reden en/of andere zwaarwegende redenen niet ingevuld kunnen worden door de verstrekking van een collectieve vervoersvoorziening en scootmobielen. 2 Het persoonsgebonden budget voor een scootermobiel wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de huurprijs van de goedkoopst- adequate voorziening inclusief onderhoud en reparatie zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald. 3 a.De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor de aanpassing van een eigen auto wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte dan wel het door het college voor dergelijke voorziening vastgesteld maximum. a. b De vergoeding wordt eenmaal per 5 jaar verstrekt. a. c Indien als gevolg van toepassing van dit artikel extra verzekeringskosten en hogere kosten i.v.m. a. de motorrijtuigenbelasting ontstaan, komen deze meerkosten voor vergoeding in aanmerking. a. d Bij tussentijdse hernieuwde aanvraag (aanschaf andere auto) wordt naar rato van de verstreken tijd een vergoeding verleend. Op de vergoeding wordt dan een mindering toegepast gebaseerd op de eerdere vergoeding voor hetzelfde type uitvoering van de auto. a. e De korting wordt niet toegepast indien de hernieuwde aanvraag een gevolg is van een calamiteit. 4 a Het bedrag dat verstrekt wordt voor het gebruik van vervoersvoorziening zoals bedoeld in artikel 22 onder c van de Verordening bedraagt voor het gebruik van een eigen auto per kilometer een vergoeding die gelijk aan het huidige algemeen gehanteerde bedrag voor reiskostenvergoeding werkverkeer (per 2007 € 0,28 per km.) met een maximum van 2.000 kilometer per jaar. b Dit bedrag zal, indien van toepassing, jaarlijks worden aangepast aan de wettelijke fiscale bepalingen. 5.Voor zover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt bij een voorziening zoals bedoeld onder artikel 22 onder c van de Verordening, niet meer dan anderhalf maal een enkele vergoeding zoals genoemd in dit besluit onder artikel 15 lid 4 toegekend

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel