Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Regels voor het persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt 2017

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb: voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en het door een beoordeling achteraf niet mogelijk is vast te stellen of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. voor zover de derde die de maatwerkvoorziening ten behoeve van de cliënt geacht wordt uit te voeren tevens degene is die de cliënt bijstaat in de uitvoering van het pgb. ten behoeve van de betaling van tussenpersonen of belangenbehartigers. De hoogte van een pgb: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren van derde betrekken. Is de derde een persoon uit het sociaal netwerk van de cliënt dan is het tarief 130% van het sociaal minimum van toepassing. Voor beschermd wonen gelden afwijkende tarieven zoals opgenomen in artikel 23 van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel