Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 2

Artikel 2

Vaststelling draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand "Meetlat voor Maatwerk 1 januari 2013"

1. Bij het verlenen van bijstand moet rekening worden gehouden met de aanwezige draagkracht in het eigen inkomen. 2a. De draagkracht in het eigen inkomen wordt bij individuele bijzondere bijstand, voor zover dit inkomen niet meer bedraagt dan 115% van het totaal van de met de gezinsituatie vergelijkbare bijstandsnorm, inclusief verhoging of verlaging op grond van de gemeentelijke Toeslagenverordening (één en ander op basis van paragraaf 3.2 en 3.3 van de WWB), vastgesteld op nihil. 2b. De draagkracht in het inkomen wordt bij categoriale bijzondere bijstand, voor zover dit inkomen niet meer bedraagt dan 110% van het totaal van de met de gezinssituatie vergelijkbare bijstandsnorm, inclusief verhoging of verlaging op grond van de gemeentelijke Toeslagenverordening(één en ander op basis van paragraaf 3.2 en 3.3 van de WWB) vastgesteld op nihil. 3. De draagkracht in het eigen inkomen wordt, voor zover dit inkomen meer bedraagt dan 110% van het totaal van de met de gezinsituatie vergelijkbare bijstandsnorm, inclusief verhoging of verlaging op grond van de gemeentelijke Toeslagenverordening (één en ander op basis van paragraaf 3.2 en 3.3 van de WWB), vastgesteld op 35% van dat meerinkomen. 4. Bij de vergelijking (zie punt 1 en 2) tussen het eigen inkomen en de toepasselijke bijstandsnorm, inclusief verhoging of verlaging op grond van de gemeentelijke Toeslagenverordening, wordt geen rekening gehouden met de component vakantie-uitkering. 5. Het gestelde in lid 1, 2 en 3 van dit artikel is niet van toepassing bij het bijstand verlenen voor kosten welke behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zoals woonkosten, bijzondere verwervingskosten en periodieke bijstand voor levensonderhoud aan jongeren van 18 tot en met 20 jaar. In dergelijke situaties wordt de draagkracht in het eigen inkomen, voor zover dit inkomen meer bedraagt dan de met de gezinssituatie vergelijkbare bijstandsnorm, inclusief verhoging of verlaging op grond van de gemeentelijke Toeslagenverordening (één en ander op basis van paragraaf 3.2 en 3.3 van de WWB), vastgesteld op 100% van dat meerinkomen.

Rechtspraak bij dit artikel