Indien bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt verleend in de
vorm van een geldlening,
vindt verstrekking plaats met inachtneming van de navolgende
bepalingen:
1. de geldlening wordt afgelost met een bedrag gelijk aan tenminste
6% van de met de gezinssituatie vergelijkbare bijstandsnorm,
vermeerderd of verminderd met de toeslag als bedoeld in de
gemeentelijke Toeslagenverordening en inclusief vakantie-uitkering
(één en ander op basis van paragraaf 3.2 en 3.3 van de WWB);
2. indien het eigen inkomen uitgaat boven deze van toepassing zijnde
bijstandsnorm (inclusief gemeentelijke toeslag of verlaging en
vakantie-uitkering), wordt het overeenkomstig punt 1 bepaalde
aflossingsbedrag verhoogd met 35% van dat meerinkomen;
3. de aflossingstermijn wordt gesteld op maximaal 36 maanden, tenzij
er sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
voor de voorziening in het bestaan.
Afdeling 1 › Hoofdstuk 2
Artikel 7
Geldlening voor duurzame gebruiksgoederen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand "Meetlat voor Maatwerk 1 januari 2013"