De gemeente draagt zorg voor het aanbrengen van de nummering op gebouwen bij nieuwbouw, afsplitsing en wijziging objectafbakening, waarbij conform de uitgangs-punten van de BAG een (nieuw) nummer vereist is. In beginsel wordt de nummering aangebracht op een hoogte van het gebouw tussen 1,75 m en 2,25 m vanwege het goed leesbaar zijn van dit nummer vanaf de openbare weg;
In gevallen waarbij de gebruiker van het gebouw naderhand op een andere wijze in de nummering op het gebouw voorziet, dan dient de door de gemeente aangegeven nummering te worden gevolgd. Echter ten aanzien van de vormgeving zijn hier geen specifieke eisen aan verbonden. Het enige criterium is dat het betreffende nummer leesbaar vanaf de openbare weg op de gevel is aangebracht.
Verzamelnummerborden en verwijsborden kunnen worden aangebracht nabij een of meer van de volgende plaatsen:
de (openbare) weg;
de toegang van een (openbare) bij een gebouw behorende parkeergelegenheid of parkeergarage;
de toegang van een afzonderlijk voetpad;
de hoofdingang van een gebouw of delen van een gebouw;
de toegang van een galerij, gang en dergelijke;
een trap of lifthal;
in een lift.
Op ‘verzamelborden’ en verwijsborden kan worden volstaan met de vermelding van het laagste en het hoogste nummer, bijvoorbeeld: “2-24 (even)”. Indien nodig wordt de straatnaam toegevoegd.
Artikel 3.
Wijze van uitvoering
Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften (huis)nummering gemeente Bunschoten