1. Een aanvraag tot aanleg van een individuele gehandicaptenparkeerplaats kan worden geweigerd indien:
a. niet beschikt over een GPK;
b. de aanvrager beschikt over een eigen parkeervoorziening of een zodanige voorziening redelijkerwijs kan realiseren en hier gebruik van kan maken;
c. de aanvrager gebruik kan maken van een rolstoel en er binnen 100 meter voldoende ruime parkeerplaatsen aanwezig zijn;
d. de aanvrager niet in staat of niet bevoegd is om zelfstandig een auto te besturen en er voor de bestuurder van het motorvoertuig waarmee de aanvrager zich laat vervoeren de mogelijkheid bestaat het voertuig bij de woning tot stilstand te brengen en de aanvrager in de gelegenheid te stellen zich van en naar de woning te begeven.
e. binnen 50 meter, gemeten vanaf de voordeur van de woning van de aanvrager, voldoende openbare parkeergelegenheid aanwezig is, tenzij uit het advies van de dienst BRAVO blijkt dat de aanvrager geen grotere afstand kan afleggen dan de afstand van de dichtst bij de woning gelegen openbare parkeergelegenheid, gemeten van de woning van de aanvrager;
f. de aanvrager zijn financiële bijdrage in de kosten voor de plaatsing van het verkeersbord niet heeft voldaan.
Artikel 3
Weigering tot aanleg van een individuele gehandicaptenparkeerplaats
Onderdeel van Beleidsregels individuele gehandicaptenparkerplaats