Aan het einde van iedere raadsvergadering is er een rondvraag.
Het lid van de raad dat tijdens de rondvraag vragen wil stellen, dient
dit niet op voorhand bij de voorzitter te melden.
De volgorde wordt bepaald door een loting bij het begin van de
vergadering.
De vragen tijdens de rondvraag kunnen gericht zijn aan andere raadsleden
of fracties, aan de raadsvoorzitter of aan het college van burgemeester
en wethouders indien het actuele items betreffen (48 uur voor de raad,
anders wordt hij gesteld in het vragenhalfuur)
Het college of de raadsvoorzitter kunnen aangeven om de vraag
schriftelijk te beantwoorden. Schriftelijke beantwoording vindt zo
spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen.
De vragensteller en ook andere raadsleden krijgen na een eventueel
mondeling antwoord in principe niet meer de kans om te reageren.
Hoofdstuk 4.
Artikel 40A
Rondvraag
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad voor de raadsperiode 2010-2014