Naar hoofdinhoud
Aan het einde van iedere raadsvergadering is er een rondvraag. Het lid van de raad dat tijdens de rondvraag vragen wil stellen, dient dit niet op voorhand bij de voorzitter te melden. De volgorde wordt bepaald door een loting bij het begin van de vergadering. De vragen tijdens de rondvraag kunnen gericht zijn aan andere raadsleden of fracties, aan de raadsvoorzitter of aan het college van burgemeester en wethouders indien het actuele items betreffen (48 uur voor de raad, anders wordt hij gesteld in het vragenhalfuur) Het college of de raadsvoorzitter kunnen aangeven om de vraag schriftelijk te beantwoorden. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen. De vragensteller en ook andere raadsleden krijgen na een eventueel mondeling antwoord in principe niet meer de kans om te reageren.

Rechtspraak bij dit artikel